Jan Kuitenbrouwer

Gedurende mijn middelbareschooltijd en in de eerste jaren van mijn studie was ik erg links; ik beschouwde mijzelf als marxist-leninist en zat in diverse actiegroepen. Onder stukken in de schoolkrant stond mijn naam met daarachter “(ml)”. In het Tomado-boekenrekje op mijn tienerkamer maakten Old Shatterhand en Dick Bos plaats voor Erich Fromm en Herbert Marcuse. Ik probeer mij de politieke scheldwoorden van die tijd te herinneren, maar kom niet ver.

Een politieagent van wie je tijdens een demonstratie een klap met de gummilat kreeg, schold je uit voor ‘fascist’, maar verder …? Wij hadden het over ‘de gevestigde orde’, het ‘kapitalistiese siesteem’, en de ‘maatschappelijke herstructurering’. Bestuurders die het verkeerd deden, noemden we ‘regenten’ en de bekrompen levensstijl waartegen wij ons afzetten was ‘kleinburgerlijk’. Het was verboden het bevriende staatshoofd Johnson ‘moordenaar’ te noemen, en gehoorzaam noemden wij hem ‘molenaar’. De gevestigde orde was scherper van tong dan de protestgeneratie. De Telegraaf noemde ons ‘langharig werkschuw tuig’, beleefd riposteerden wij dat je ‘beter langharig dan kortzichtig’ kon zijn. Zo, die zat!

Het invectologische vuurwerk van rechts is nog altijd kleurrijker dan dat van links; ‘nieuwrechts’ is productief in dit opzicht. De ‘gutmensch’, de ‘deugmens’, de ‘deugpolitie’, de ‘deugbrigade’ dan wel de ‘butbrigade’, de ‘policor allochtonenknuffelaars’, de ‘theedrinkende wegkijkers’, de ‘social justice warriors’, de ‘linksgekkies’, de ‘aluhoedjes’ en de ‘feminazi’s’ – het is maar een greep uit een rijk assortiment. Fortuyn kwam met ‘demoniseren’, Wilders met ‘linkse hobby’, Baudet met ‘homeopathische verdunning’. Soortgelijke vondsten uit het linkse taallaboratorium staan me niet bij uit de afgelopen jaren, of het zou ‘flexverslaving’ moeten zijn, gemunt door de FNV. Geestig, maar de bijtende scherpte van het ‘bakfietsende quinoakutje’ heeft het niet. Toen Marcel van Dam jaren geleden besloot dat het echt tijd werd voor grof geschut, noemde hij Fortuyn ‘een minderwaardig mens’. Ahum!

Een links brein zit anders in elkaar dan een rechts, heeft de neurowetenschap ontdekt. Links heeft een sterkere prefrontale cortex, waar het sociale bewustzijn zit, rechts heeft een beter ontwikkelde amygdala, waar de primaire emoties vandaan komen. Is dat de verklaring voor dit verschil? Schelden is een uiting van emotie. Is het de remming van de prefrontale cortex versus de ontremming van de amygdala? Een linkse spreker die iets hatelijks bedenkt, vraagt zich meteen af of het eigenlijk wel wáár is, of het eigenlijk wel zín heeft om zoiets te roepen, wat de mogelijke gevolgen zouden kunnen zijn en of het niet beter is om … Tegen die tijd heeft zijn rechtse opponent vanuit zijn reptielenbrein al een voltreffer afgevuurd en trekt de kruitdamp over het slagveld. Misschien moet links zijn kandidaten in de neuroscan leggen?