Taalkundigen die bezig zijn met de herziening van de Algemene Nederlandse Spraakkunst, bogen zich ook over het hoofdstuk waarin het woordje nee behandeld werd. En die informatie was niet compleet, nee.

Ton van der Wouden - Universiteit Leiden; Meertens Instituut

Nee is een woord dat veel gebruikt wordt – weliswaar niet zo vaak als het tegengestelde woordje ja, dat op nummer één staat in de spreektaal, maar nee komt wel voor in de spreektaal-top-honderd. Je zou dan ook verwachten dat er veel aandacht besteed wordt aan zo’n woordje dat om de haverklap in dialogen klinkt, maar dat valt nog best tegen, in ieder geval als je kijkt in de Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS), de grote standaardgrammatica van het Nederlands.

Dat ontdekten we met het team taalkundigen en computerlinguïsten dat momenteel aan een nieuwe editie van de ANS werkt. De vorige editie, van twintig jaar geleden, beschrijft weliswaar vooral de geschreven taal, terwijl nee dus vooral voorkomt in het gesproken Nederlands, maar toch. Er mag wel iets meer aan nee gedaan worden in het naslagwerk dat we nu aan het samenstellen zijn.

Ja/nee-vraag

De oude editie van de ANS noemt als gebruiksmogelijkheid van nee alleen de afwijzende reactie op een ja/nee-vraag. Dus als mijn gesprekspartner vraagt: ‘Is de maan groter dan de aarde?’, dan kan ik met goed fatsoen en naar waarheid antwoorden: ‘Nee.’ Maar ook een bevel of een verzoek kan worden afgewezen met nee:

  • Geef je over!
  • Nee (ik geef me niet over)!
Demonstratie, Amsterdam, 2004.   (Foto: Maarten Hartman / Hollandse Hoogte)

Demonstratie, Amsterdam, 2004.  (Foto: Maarten Hartman / Hollandse Hoogte)

Daarnaast kan nee gebruikt worden als bevestigend antwoord op een negatieve vraag:

  • Heb je geen pijn?
  • Nee (ik heb inderdaad geen pijn).

Volgens sommigen is ja hier trouwens ook mogelijk. En om het nog wat ingewikkelder te maken, kunnen we nee ook nog gebruiken als instemmend signaal op een negatieve uitspraak, getuige het volgende dialoogje:

  • Ik voelde geen pijn.
  • … Nee …
  • Dus ik dacht: ik kan nog wel een stukje doorlopen.

En verder is er het nee

  • als zelfcorrectie: ‘Er is daar die dag wel twintig, nee, dertig millimeter regen gevallen.’
  • als benadrukking van iets wat je ontkent: ‘Ik kan me dat strand niet meer zo goed herinneren, nee.’

Bot en onduidelijk

Maar goed, toch nog even over die ja/nee-vraag, die de ANS van twintig jaar terug dan wél omschreef. Zelfs daarover is nog wel wat meer te zeggen. Nee is bijvoorbeeld niet altijd geschikt als antwoord op een ja/nee-vraag. Als mij gevraagd wordt: ‘Heb je melk gehaald bij de Dirk?’, is het antwoord ‘Nee’ niet alleen tamelijk bot, het is ook onduidelijk. Want heb ik wel melk gehaald, maar niet bij de Dirk? Of ben ik wel naar de Dirk geweest, maar heb ik geen melk meegenomen? Of nog wat anders? Nee wordt dan ook meestal aangetroffen in gezelschap:

  • Nee, want de melk was op.
    (nee verwijst naar het lijdend voorwerp melk)
  • Nee, maar Hans wel.
    (nee verwijst naar het onderwerp je)
  • Nee, bij de Albert Heijn.
    (nee verwijst naar de plaatsbepaling bij de Dirk)
  • Nee, flessen weggebracht.
    (nee verwijst naar de handeling ‘melk halen’)
  • Nee, sorry.
    (verwijst naar de verwachting die de vragensteller kennelijk had)

Ook opvallend: nee heeft samen met enkele andere woorden vaste woordgroepen gevormd, met een eigen betekenis: Hè nee, Nee hè, Nee toch?, Nee maar!, Ach nee, Neeneenee, Ja of nee?, Och nee.

Tot slot: in geschreven taal vinden we ook wel de variant neen. In Nederland is dat erg ouderwets, maar in België is neen veel minder ongebruikelijk – in ieder geval op papier, maar er zijn ook Vlamingen die die laatste n uitspreken.

En is hiermee alles over nee(n) gezegd? Die ja/nee-vraag is vast te beantwoorden door de taalkundigen van de toekomst, die dan wéér de naslagwerken grondig zullen herzien.