Dichter Ingmar Heytze over stijlfiguren, of ‘dichtplaatsen’, zoals hij ze ook wel noemt.

Ingmar Heytze

Dichters kruipen in een gedicht geregeld in de huid van een specifieke verteller. Doorgaans is die verteller niet per se een herkenbaar iemand, maar een ‘meneertje’, een paar ogen om te kijken en een mond om mee te spreken, meer een excuus dan een werkelijk personage. Ik schreef daar in het vorige nummer al over (‘De meneertjeswijs’), maar de almachtige wijs verdient een apart verhaal.

Wilt u verder lezen? Log dan hieronder in