In de notulen van een vergadering wilde ik schrijven: ‘Geen van de punten op de agenda werden afdoende behandeld.’ Is dat juist, of moet het werd zijn in plaats van werden?

Taaladviesdienst Onze Taal

Het moet werd zijn: ‘Geen van de punten werd afdoende behandeld.’ 

Het woord geen wordt de ene keer gevolgd door een enkelvoudig en de andere keer door een meervoudig woord: ‘Ik hoef geen koekje’ en ‘Ik hoef geen koekjes’ zijn allebei goede zinnen. Ook het bijbehorende werkwoord kan zowel in het enkelvoud als in het meervoud staan: op de vraag of er nog koekjes zijn, kan iemand antwoorden ‘Nee, er is er geen meer’ (bedoeld is: ‘Er is er niet één meer’) en ‘Nee, er zijn er geen meer’ (‘Er zijn überhaupt geen koekjes meer’).

Als geen te vervangen is door niet één, geldt het als een enkelvoudig woord, net als het woord één zelf. Dat is in de zin over de agendapunten het geval. En omdat in die zin het enkelvoudige geen de zogeheten ‘kern’ van het onderwerp is, staat ook de persoonsvorm in het enkelvoud – net als wanneer er één zou staan.