Deze maand verschijnt de Atlas van de Nederlandse taal, die alle uithoeken van onze taal in kaart brengt. Eén hoofdstuk behandelt de vraag hoe gezond het Nederlands eigenlijk is.

MATHILDE JANSEN EN NICOLINE VAN DER SIJS

Hoeveel talen worden er volgens officiële cijfers op dit moment gesproken in de hele wereld? 7099. Sommige ervan zijn gigantisch, zoals het Chinees, dat ongeveer 1,3 miljard sprekers heeft. Andere zijn piepklein en staan op het punt uit te sterven. Zo zijn er nog maar 730 mensen die de Noord-Amerikaanse taal Michif beheersen. Volgens een Unesco-rapport uit 2003 is aan het einde van de eenentwintigste eeuw misschien negentig procent van de huidige talen verdwenen – een confronterende conclusie. Behoort het Nederlands tot de ‘bedreigde’ talen?

Overlevingscriteria

Voor het Nederlands is er goed nieuws: de Unesco deelt onze taal in bij de tien procent sterke talen. Er waren nog nooit zo veel moedertaalsprekers van het Nederlands als nu – minstens 23 miljoen, in Vlaanderen, Nederland en andere landen. Maar liefst 1,3 procent van de wereldbevolking heeft het Nederlands als moedertaal, waarmee het Nederlands op de 56ste plaats staat van de meest gesproken talen ter wereld.

Maar als de Unesco-onderzoekers bepalen welke talen al dan niet bedreigd zijn, letten ze op meer dingen dan alleen het aantal sprekers. Er zijn maar liefst negen criteria waarnaar gekeken wordt. Ze vinden het bijvoorbeeld belangrijk dat kinderen van de moedertaalsprekers de taal beheersen, dat de Nederlandstaligen in duidelijk afgebakende gebieden wonen en daarbinnen in de meerderheid zijn, en dat de gebruikers van het Nederlands positief staan tegenover hun taal.

Wil het Nederlands de springlevende taal blijven die het is, dan moet het gebruikt blijven worden in zo veel mogelijk maatschappelijke domeinen.

Ook op andere ‘overlevingscriteria’ van de Unesco haalt het Nederlands de hoogste score. De Nederlandse taal groeit en bloeit bijvoorbeeld: de taal is wetenschappelijk beschreven in tal van woorden- Illustraties afkomstig uit het besproken boek als non-fictie. Nederlanders kochten in 2015 per hoofd van de bevolking 2,3 boeken, bij elkaar dus ruim 39 miljoen, aldus de Leesmonitor van de Stichting Lezen, die onderzoek doet naar lezen en leesbevordering. Ruim 90% daarvan was Nederlandstalig.

Belangrijk is volgens de Unesco ook dat het Nederlands officieel wordt gesteund. De Nederlandse Taalunie behartigt de belangen van het Nederlands in Nederland, Vlaanderen en Suriname. En in België is het Nederlands zelfs in de grondwet opgenomen; in Vlaanderen mag voor welomschreven activiteiten en domeinen zoals politiek, administratie, justitie, onderwijs en het bedrijfsleven alleen Nederlands worden gebruikt. In Nederland wordt niet grondwettelijk bepaald wanneer het Nederlands verplicht is, maar het Nederlands wordt wél erkend als officiële taal.

Werkvloer

Het Nederlands staat er vandaag de dag dus goed voor. Maar kan dat veranderen? In het gebied waar vanouds Nederlands wordt gesproken, voornamelijk Nederland en Vlaanderen, is nu tenslotte ook plaats voor andere talen, zoals het Engels en migrantentalen. Wil het Nederlands de springlevende taal blijven die het is, dan moet het gebruikt blijven worden in zo veel mogelijk maatschappelijke domeinen. Mensen moeten dus Nederlands blijven gebruiken in de dagelijkse omgang met vrienden, buren en familie, maar ook op de werkvloer, bij de overheid, in de politiek, de zorg, in het theater, in de krant, op school, aan de universiteiten. Maar of dat ook gebeurt? Daarnaar doet het project ‘Staat van het Nederlands’ onderzoek. Wetenschappers van de Universiteit Gent en het Meertens Instituut in Amsterdam bekijken in opdracht van de Nederlandse Taalunie welke positie het Nederlands in onze superdiverse samenleving inneemt ten opzichte van andere talen, zoals het Engels, Frans, Duits en de verschillende migrantentalen.

Atlas van de Nederlandse taal: twee edities

De Atlas van de Nederlandse taal, die een dezer dagen bij uitgeverij Lannoo verschijnt, is een echte blikvanger door het grote formaat, de geografische kaarten en kleurrijke illustraties. Ook bijzonder: het werk verschijnt in een Nederlandse en een Belgische editie. Het initiatief tot de atlas is genomen door het Vlaamse team, bestaande uit Fieke Van der Gucht en Johan De Caluwe. Met de twee verschillende edities wilden de samenstellers laten zien dat het  Nederlands ondertussen algemeen erkend is als een zogeheten pluricentrische taal. Dat wil zeggen: een taal waarin niet langer één centrum normgevend is voor het hele taalgebied. De Randstad was en is die normgevende regio voor Nederland, maar sinds het einde van de twintigste eeuw niet langer voor Vlaanderen. Er is nu ook een spraakmakende gemeenschap in Vlaanderen, met haar eigen variëteit(en) van het Nederlands, ook voor de standaardtaal – het Belgisch-Nederlands.

Nieuws kijken

Via de zogenaamde StaatNed-enquête, een digitale peiling, vroegen onderzoekers inwoners van Vlaanderen en Nederland (moedertaalsprekers én niet-moedertaalsprekers) naar de talen die ze gebruiken bij vrienden en familie, op school of op het werk, als ze naar het nieuws kijken of een boek lezen. Het zogeheten StaatNed-panel bestaat uit 3003 Nederlanders, 3419 Vlamingen en 113 Brusselaars (die in het enige deel van België wonen waar Nederlands en Frans beide officiële talen zijn).
Het panel geeft een mooie afspiegeling van de Nederlandstalige bevolking in Vlaanderen, Nederland en Brussel wat de verhoudingen tussen verschillende groepen betreft, bijvoorbeeld: mannen en vrouwen, regio’s, leeftijdsgroepen en herkomst. De leden van het panel hebben toegezegd dat ze diezelfde vragen om de zoveel jaar opnieuw zullen beantwoorden, zodat de onderzoekers kunnen nagaan of mensen in de loop der tijd minder of meer voor Nederlands kiezen in diezelfde situaties.
Om echt te weten hoe het Nederlands in de toekomst evolueert, is het afwachten tot het onderzoek een paar keer herhaald is, maar hier alvast enkele eerste resultaten.

Hoewel Nederlanders in privé- en werksfeer iets vaker Engels gebruiken dan Vlamingen, is het gebruik van het Nederlands nog altijd vele malen groter. Uit alles blijkt dat we de toekomst van het Nederlands op dit moment zonnig tegemoet kunnen zien.


Alle illustraties zijn afkomstig uit het besproken boek.