Stripverhalen moeten het niet alleen van beeld hebben, ook de taal speelt een grote rol. Over de nieuwvormingen, klanknabootsingen en andere taalvondsten van stripauteurs en -vertalers.

Tonio van Vugt (hoofdredacteur Zone 5300; artistiek directeur Stripdagen Haarlem)

“Heel Oost-Nederland? Nee, een klein dorpje …” Zo luidde de kop boven een artikel op de webstie van het Twentse regionale dagblad Tubantia op 13 maart 2013. Dat artikel ging over de gedwongen grootschalige fusies van de parochies in het aartsbisdom Utrecht, waarbij een “piepklein parochietje” in het Twentse Zenderen buiten schot bleef. Je hoeft geen grote stripfanaat te zijn om in die kop meteen een parafrase te herkennen van de overbekende introductie in de Asterix-albums: “Zo’n 2000 jaar geleden was Gallië (zo heette Frankrijk toen) bezet door soldaten van Caesar, de Romeinse veldheer. Héél Gallië? Nee, een kleine nederzetting bleef moedig weerstand bieden aan de overweldigers (…).”

Wilt u verder lezen? Log dan hieronder in