Op tv, op straat, online – overal hoor en lees je weer net iets andere talen en taaltjes. Guus Middag staat er maandelijks bij stil.

Guus Middag

Het is april 1996. Louis van Gaal, trainer van Ajax, geeft een persconferentie. Hij heeft over veel zaken een hoogst eigen mening en hij discussieert graag, op zijn manier. En hij voelt zich gauw aangevallen. Dan komt er een niet zo gezellige kant van de trainer naar boven: hij verheft zijn stem, richt zijn strenge, borende blik op zijn slachtoffer – en laat hem niet meer los.

Zo ook op die ene dag in april 1996. Journalist Ted van Leeuwen had iets gevraagd wat Van Gaal niet zo kon bekoren. Van achter het persconferentietafeltje begon hij over te hellen naar de kant van Van Leeuwen, keek hem strak aan en stak van wal: “Ben ik niet begonnen met te zeggen dat ik de belangen van Ajax moet verdedigen?” Even een seconde stilte. “Ben ik niet begonnen te zeggen dat wij met spelers afspraken hebben?” Weer een seconde stilte. “Waarom stél je dan deze vraag?” Dwingende blik. “Ben ik nou degene die zo slim is of ben jij zo dom?” Het werd een gevleugelde uitspraak.

Unglaublich

Louis van Gaal heeft veel weg van een klassieke strenge schoolmeester achter zijn tafel, met de journalisten met hun notitieblokjes in de rol van bange leerlingen. Voor hem was communicatie naar eigen zeggen erg belangrijk (“Ich bin nämlich ein Kommunikator”, zei hij later als trainer van Bayern München), maar in de praktijk liep de communicatie geregeld mis. Als hij in het buitenland werkte, deed hij moeite om zich de vreemde talen snel eigen te maken, maar natuurlijk was zijn talenkennis dan nog te gebrekkig om op niveau met zijn spelers te kunnen praten, laat staan met de pers.

Als hij dan ook nog eens boos werd, en de beleefdheid moest laten varen, leverde dat voor de buitenlandse pers goede quotes op. In Spanje, tegen een journalist die de verkeerde vraag had gesteld: “Tu eres muy malo! Muy malo!” ‘Jij bent heel slecht! Heel slecht!’ Een vertaling is eigenlijk niet nodig. “Tu interpretación siempre negativa! Siempre negativa! Nunca positiva!” In Duitsland: “Ich finde es unglaublich dass Sie das sagen!” In Engeland: “Nee, you are saying now things what you don’t know, what I don’t know. You think you are smarter than I, but it is not like that.”

(Illustratie: Hein de Kort)

(Illustratie: Hein de Kort)

Onthutst

Van Gaal is natuurlijk niet de enige voetbalcoach die boos wordt – al dan niet in een vreemde taal. Op 10 maart 1998 zette de Italiaanse trainer van Bayern München, Giovanni Trapattoni, zich in het perszaaltje van zijn club achter het spreekgestoelte. Het ging niet goed met Bayern, een paar spelers hadden in het openbaar al kritiek gehad en Trapattoni wilde nu weleens iets zeggen.

Hij begon rustig, in zijn eigen hakkelige Italiaans-Duitse mengtaal. “Es gibt, im Moment, in diese Mannschaft, oh, einige Spieler, vergissen ihnen Profi, was sie sind.” Waarschijnlijk wilde hij zeggen dat sommige spelers volgens hem geen goede profs waren. Daarna ging het over de spitsen, en over het “dynam offensiv” van Bayern. “Ist klar diese Wörter, ist möglich verstehen, was ich hab’ gesagt?”

En verder ging het, met steeds meer mimiek, gezwollen aderen en een rood hoofd: “Ein Trainer nicht ein Idiot!” Harde slagen met de vlakke hand op het spreekgestoelte om zijn woorden kracht bij te zetten. “In diese Spiel zwei oder drei dieser Spieler die waren schwach wie eine Flasche leer!” Hier begon de poëzie door de boze buitenkant te breken. In zijn zinnen sloop steeds meer staccato. Over Thomas Strunz, die altijd geblesseerd is en dus zijn mond moet houden: “Was erlauben Strunz?” ‘Wat Strunz oorloven?’

Van de dichter Marsman is de uitspraak dat het graan des levens moet worden omgestookt tot de jenever der poëzie. Hier zagen we woede omgestookt worden tot stamellyriek, met een onduidelijke versverdeling. “Ich bin müde jetzt der Vater dieser Spieler der Verteidiger dieser Spieler.” De emoties wisselden elkaar in dit gedicht in hoog tempo af. Verslagenheid: “Ich habe immer die Schulde!” Strijdlust: “Mussen alleine die Spiel gewinnen!” En woede: “Viele Male dumme Spiel!”

Dit was een Wutrede, zoals de Duitsers zeggen. Een dolspraak. Een poetry performance van nog geen drie en een halve minuut – en daarna was het ineens afgelopen. Trapattoni keek onthutst om zich heen en sloot toen af met de nadien in Duitsland gevleugeld geworden afsluitingsformule “Ich habe fertig!” Maar ook dit vlammende betoog kon het tij niet keren. Bayern werd geen kampioen, en aan het eind van het seizoen vertrok Trapattoni. Hij had helemaal klaar.