Ann De Craemer

Als het op Twitter over taal gaat, dan gaat het meestal over fouten: een ander daarop wijzen is een favoriete bezigheid van flink wat ‘tweeps’. Wie gehoord wil worden in het grote Twitterbos, bereikt met slaan een groter publiek dan met zalven. 

Gelukkig is Twitter ook een plek waar de schoonheid van taal aan bod komt. Zo laat het account Opperlans mij elke dag genieten van de taalspitsvondigheden van wijlen Hugo Brandt Corstius. Ik ben ook een trouwe fan van de hashtag #woordliefde, die me onlangs het prachtige woord balsturig leerde kennen. 

Geen liefde zonder haat, dus ik had moeten weten dat naast #woordliefde ook de hashtag #woordhaat bestaat, al is die, voorzover ik kan nagaan, nog niet zo lang geleden in het leven geroepen. Woordhaat: wij ­– u en ik, als mensen die van taal houden – zouden ertegen moeten zijn. Ik heb mezelf altijd op het hart gedrukt dat ik geen enkel woord lelijk mag vinden, en al zeker niet mag haten. Het Nederlands is mijn moedertaal, maar ook zelf hoor ik als een moeder voor haar te zijn: al haar woorden zijn mijn kinderen, die ik evenzeer moet koesteren.

Dat is de theorie. De praktijk, zo stelde ik vast toen ik #woordhaat ontdekte, ziet er wat prozaïscher uit. Bijna sardonisch geniet ik van de lelijke taaleendjes die je onder #woordhaat aantreft. Wat dacht u bijvoorbeeld van brussen, een samentrekking van broers en zussen? Het woord bezorgt me koude rillingen, maar tegelijk vind ik het ge-wel-dig dat woorden daartoe in staat zijn.

Waarom genieten we ervan om sommige woorden te verfoeien of zelfs te haten? Heeft het met hun klank of hun betekenis te maken? Zelden. Bijna altijd wordt een woord verfoeid omdat men de levensvisie of het wereldbeeld dat erachter schuilgaat verfoeit. Neem kids en bubbels: wie die woorden gebruikt, zeker in één zin, heeft het bij mij meteen verkorven. Het zijn woorden die symptomatisch zijn voor kneuterige mensen, en van hen loop ik het liefst ver weg.

Een voordeel is dan weer dat zulke woorden kunnen dienstdoen als kanaries in de kolenmijn: als ik word uitgenodigd voor een namiddagje bubbels en onthaasten (brrrrr) met de kids, weet ik zeker dat ik moet passen voor het onheil dat mij te wachten staat. Wie zich dus in de toekomst verplicht voelt om me uit te nodigen voor een babyborrel (alweer: brrrrr) maar mij er eigenlijk liever niet ziet verschijnen, weet nu ook welke termen absoluut in de uitnodiging moeten voorkomen. Verdomd handig toch, die haatwoorden?