Over opmerkelijke woorden, oud en nieuw.

Guus Middag

Bleke An en Trijn Snaps zijn twee snollen. In Bredero’s Spaanse Brabander (1617) praten ze met elkaar over hoe ze “in’t groote gilt”, het grote gilde, zijn beland. An vertelt dat ze al vroeg in huizen terechtkwam waar zij, zoals ze het zelf noemt, met de jongens stoeide: “Ghy weet wel hoe’t dan gaat daarmen zoo stormt en malt, / dat het kort-hielde volck licht after over valt.” Stormen betekent “wild stoeien”, mallen “gekheid uithalen” en met “het kort-hielde volck” zijn “makkelijk te verleiden meisjes” bedoeld, zo lees ik in de uitgave van C.F.P. Stutterheim.

Wilt u verder lezen? Log dan hieronder in