Peter Smulders was 34 jaar lang de stuwende kracht achter de professionalisering van het Genootschap Onze Taal. Hoe is het hem – anders dan de Vlaamse zustervereniging – wél gelukt om de organisatie levend te houden? De afscheidnemende directeur blikt terug.

Jaap de Jong

Foto: Bart versteeg

Foto: Bart versteeg

"Als je je studie niet afmaakt, kun je geen directeur van Onze Taal worden.” Dat zei J.G. Smit, de toenmalige interim-directeur van Onze Taal, ruim dertig jaar geleden tegen de 29-jarige Peter Smulders, student tekstwetenschap. Die toonde vervolgens zijn werklust, zakelijk instinct en liefde voor de taal door een lange zomer flink te buffelen aan zijn doctoraalscriptie over taaladvisering in Nederland en Vlaanderen, een onderzoek waarvoor Onze Taal door de Nederlandse Taalunie werd betaald en dat tegelijk Smulders aan een academische bul en een baan als directeur hielp. De toenmalige secretaresse van Onze Taal, Riet van der Laan, die tot 1985 de ledenadministratie vanuit haar logeerkamer in De Lier verzorgde, tikte de scriptie uit. Oud-uitgever van Stam-tijdschriften Smit had van het toenmalige bestuur de opdracht gekregen om het nog tamelijk onbekende Genootschap Onze Taal verder te laten groeien. Deze gedistingeerde man had vertrouwen in de toen langharige en in spijkerpak geklede Tilburgse tekstwetenschapper uit de school van Jan Renkema, en gaf Smulders de ruimte.

Wilt u verder lezen? Log dan hieronder in