Hans Bennis, algemeen secretaris van de Nederlandse Taalunie, opende niet alleen het congres, maar ook de Week van het Nederlands, die begin oktober plaatsvond.

Redactie Onze Taal

Hans Bennis, algemeen secretaris van de Taalunie: “Hoe bewaren we de eenheid?” (Foto: Eelkje Colmjon)

Hans Bennis, algemeen secretaris van de Taalunie: “Hoe bewaren we de eenheid?” (Foto: Eelkje Colmjon)

Welke taal denkt u dat er gesproken wordt in de kleedkamer van Ajax?” Die vraag stelt Hans Bennis naar eigen zeggen graag als hij mensen inwijdt in het grootschalige Taalunie-onderzoek ‘Staat van het Nederlands’. Nee, het is niet een van de Scandinavische talen, weet Bennis, en ook niet het Engels: “Vanaf dag één krijgen spelers Nederlandse les. Voetballers moeten de pers in het Nederlands te woord staan, en ze worden geacht dat in goed Nederlands te doen.”

In het tweehonderd pagina’s tellende onderzoek, waarover ook in het meinummer van Onze Taal bericht is, staat meer goed nieuws voor iedereen die vindt dat het Nederlands op zoveel mogelijk plaatsen gesproken moet worden. Dat gebeurt nu namelijk in 80 à 90 procent van de gevallen op straat, in de winkels, thuis en op het werk.

Gezond

Ook de waardering voor de eigen taal is hoog. Met de bewering dat het Nederlands een mooie taal is, is ruim 80 procent van de Nederlandse en Vlaamse moedertaalsprekers het eens. En voor de stelling “Ik vind het belangrijk dat kinderen Nederlands beheersen” is dat percentage nóg hoger: maar liefst 90. “Mooi voor de opening van dit congres”, stelt Bennis, “dat het nu bewezen is dat het Nederlands een mooie taal is, en dat de taal er goed voor staat.”

Is er dan helemaal geen werk meer te verrichten voor de Taalunie, nu de taal kennelijk zo gezond is? Er blijken toch wel wat aandachtspunten te zijn. Op één terrein is het Nederlands bijvoorbeeld al wél nagenoeg verdwenen: in de masterfase van het wetenschappelijk onderwijs. Bennis: “Nederland is de leider in de overgang van de eigen taal naar het Engels. Masteropleidingen zijn in Nederland al bijna voor 100 procent in het Engels, bacheloropleidingen zullen snel volgen.”

Of dat erg is? Daarover lopen de meningen sterk uiteen. Bennis vindt het vooral belangrijk dát erover gediscussieerd wordt, en is namens de Taalunie geregeld aanwezig bij debatten hierover.

Net pak

Dan is er nog een vraag die hangt boven al die vragen uit het onderzoek: wat is eigenlijk ‘het Nederlands’? Uit de speakers van het Beatrix Theater klinken achtereenvolgens een keurig sprekende Beatrix in het Polygoonjournaal, het Poldernederlands van Trijntje Oosterhuis, het Verkavelingsvlaams van komiek Philippe Geubels en het Surinaams-Nederlands in de film Het geschaad vertrouwen.

Bennis: “Door de informalisering van de samenleving ontwikkelen zich nieuwe standaarden, ook wel ‘neostandaarden’ genoemd. Wat is het Nederlands, en waar houdt het op? Wordt het Standaardnederlands straks een net pak dat minder vaak wordt gedragen? Of hebben we straks verschillende soorten kledij voor de verschillende delen van het taalgebied? En zo ja: hoe bewaren we de eenheid?” Het zijn vragen waarover regelmatig discussie is.

“Nederlands is dus aantoonbaar een mooie taal”, besluit Bennis optimistisch voordat hij de Week van het Nederlands officieel opent. “Zorg dat je plezier hebt in het gebruik ervan!”