Er zijn veel woorden met een negatieve betekenis. Schrijver Stella Bergsma ontfermt zich erover.

Stella Bergsma

Ik heb een huis, een opvanghuis voor verstoten woorden. Schuldige woorden, stoute woorden. Woorden die pijn doen, woorden die grieven, ze vinden bij mij onderdak.

Want mensen zijn altijd maar gekwetst en beledigd. Maar hoe denk je dat die woorden zich voelen? Die lieve letters op pootjes. Die schuldvrije entiteiten. Hebben zij zichzelf bedacht? Nee. Wij hebben ze verzonnen, gevormd door letters achter elkaar te zetten in een bepaalde volgorde en niet andersom. Wij hebben ze gemaakt om iets wat in ons leeft aan elkaar over te brengen. Zij zijn slechts de dappere dragers van hun betekenis. Een betekenis die wij aan ze hebben gegeven. Dat is wat we doen: we bedenken een gruwelijk woord dat bij een ander krassen op de ziel achterlaat en geven vervolgens dat woord de schuld. De traumatiserende term moet weg, niet onze intenties. Is dat eerlijk? Nee.

Daarom vang ik ze op met open armen. Alle k-woorden, f-woorden en n-woorden. Ze zijn onze bastaardkinderen: eerst verwekt en dan verschopt. Want het is niet het woord dat kwetst, het is onze duiding, de emotionele lading die wíȷ́ eraan geven. En dat kan ik bewijzen. Wij verpesten namelijk ook volstrekt neutrale woorden. Zoals het woord allochtoon, dat juist bedacht was om gastarbeider te vermijden. Hoe wij denken over die allochtonen, die gastarbeiders, dat gaat in die letters zitten. Wij geven langzaam die duiding eraan. Het woord zuigt onze waardeoordelen op als een spons.

Neem hoer. Op zich is hoer een beroep, maar het woord wordt nu gebruikt om vrouwen te vernederen. Het is een klap in je gezicht geworden. Neger is afkomstig van zwart, maar werd ‘slaaf’. Wij doen dat! We kunnen de woorden verbieden en nieuwe woorden maken, maar onze rotte ziel geeft altijd weer af op die letters. Wij zijn het gif in de spons. Wij zijn de schuldigen. De stouten, de kwetsenden. Wij maken de lading en dat snappen we dan zelf niet. Omdat we niet kunnen abstraheren. Zelfs in een abstracte context mogen sommige woorden niet meer gezegd worden. Dus ook als het woord alleen als woord wordt gebruikt en niet om te verwijzen naar iemand, of te schelden, kunnen mensen al boos worden. Dat gaat ver. Dat is onrecht.

En daarom struin ik de straten af op zoek naar vondelingtermen, vuilnisfrasen, afgedankte klanken, lommerlettergrepen. Laat de syllaben tot me komen. Ik aai kech over haar k en praat met kanker over zijn ondankbare taak. Altijd zijn de mensen kwaad op hem omdat hij ze herinnert aan iets vervelends. Maar zonder hem zouden we dat nare niet eens kunnen behandelen of verklaren.

We hebben plezier samen. Ik drink een biertje met kut, tyfus, tering, pokke, pleuris, pest en de rest. En ’s avonds na het eten kijken we uit de ramen naar hoe je nooit precies ziet wanneer de schemer invalt. Of we turen in het vuur en zingen zachte liedjes tot ik ze naar bed breng, ze een kusje geef op de gekrenkte letters en nog een klein stukje voorlees uit Mein Kampf.

(Illustratie: Matthijs Sluiter)

(Illustratie: Matthijs Sluiter)