Hedendaagse huisnamen

Riemer Reinsma

Wie doet het nog, zijn huis een naam geven? Dat vroegen de Volkskrant en Onze Taal zich eerder dit jaar af. Wat blijkt? De traditie is springlevend. En de namen? Die zijn veelzeggend - als je tenminste doorvraagt.

Toen in mei 1945 de Tweede Wereldoorlog voorbij was, kon mevrouw Angenent eindelijk weer terug naar haar huis. Dat huis stond op de Wageningse Berg. Eigenlijk was het een wonder dat het er nog stond, want in de meidagen van 1940 was er op de Wageningse Berg hevig gevochten. Niettemin was het weerzien voor mevrouw Angenent uiterst schokkend: na die vijf jaren van afwezigheid bleek het huis geen deuren, ramen en vloeren meer te hebben. Toen Angenent na verloop van enige tijd op zoek was naar een naam voor dit huis, kwam haar het boek Gejaagd door de wind voor de geest, dat zij nog niet zo lang ervoor had gelezen – de bestseller van Margaret Mitchell was kort voor de oorlog, in 1936, verschenen. In dat boek vertelt Mitchell over een huis genaamd Tara, dat net als Angenents huis op een berg ligt, en meerdere malen geplunderd en vernield wordt, maar uiteindelijk alle stormen overleeft. Mevrouw Angenent putte hieruit hoop voor de toekomst en gaf haar Wageningse huis de voor buitenstaanders wat raadselachtige naam Tara.
Mevrouw Angenent was een van de 134 mensen die reageerden op de oproep om recente huisnamen in te sturen. De oproep was een initiatief van de Volkskrant, en Onze Taal herhaalde die later via de elektronische nieuwsbrief Taalpost. De Volkskrant was zo vriendelijk de eigen collectie aan ons ter inzage te geven. In totaal kwamen er ongeveer 160 huisnamen binnen: sommige inzenders stuurden meer dan één huisnaam in.
Veel inzenders deden uitgebreid verslag van de herkomst van de naam, of ze stuurden foto's mee. Eén ding viel op als je alleen naar de namen keek: ze waren veelal van het type Tara – namen dus die bij eerste kennismaking onbegrijpelijk waren. Dat was ooit wel anders.

Rare naam

Oorspronkelijk vertelde een huisnaam je meestal iets wat je als voorbijganger zonder enige toelichting onmiddellijk begreep en alleen maar hartgrondig kon beamen: Boschlust was een plek waar je je kon verlustigen in het nabije bos, een landhuis met de naam Beukenhof was een 'hof' met beuken eromheen en Bergzicht bood – ja verdomd – uitzicht op een berg. Cryptische namen als Tara waren er nog nauwelijks.
Dat blijkt ook uit het aardige boekje Nooitgedacht maar welgelegen uit 1986. Daarin heeft de schrijver, Hans Ferrée, ongeveer negenhonderd namen samengebracht, maar in het hoofdstuk 'Waar komt die (rare) naam nou vandaan?' komt hij niet verder dan zo'n tien Tara-achtige huisnamen, terwijl het er in onze collectie (die toch slechts een fractie vormt van Ferrées verzameling) vele tientallen zijn. Hoe zit dat?
Ferrée was zijn namen deels bij toeval tegengekomen, in de loop van de jaren, en ze bestrijken een verleden van eeuwen. Bij de oproep van de Volkskrant werd daarentegen nadrukkelijk naar recentelijk gegeven namen gevraagd.
En die nieuwe namen zijn dus mysterieus. Ze verwijzen wel naar het persoonlijke leven van de huiseigenaar, maar in een soort gecodeerde, versluierde vorm – je zou het ook een rookgordijn kunnen noemen. Pas als mensen het verhaal erachter vertellen, wordt de ware betekenis van de naam duidelijk. En precies dat gebeurde naar aanleiding van de oproep van Onze Taal en de Volkskrant massaal.
Met deze nieuwe collectie namen en toelichtingen kunnen we de namen van het type Tara dus beter dan ooit analyseren.

Verliefdheid

Dankzij de mogelijkheid de boodschappen te versleutelen, durven mensen de meest intieme details boven de voordeur te zetten. Over een heftige verliefdheid, bijvoorbeeld. Zo verwijst de naam van het Maison des Cygnes ('Huis van de zwanen') in Oegstgeest naar twee zwanen die klapwiekend over kwamen vliegen op het moment dat de naamgeefster van het huis, Agnes Rentrop, op het punt stond de mooie man te ontmoeten op wie zij dolverliefd was. Een complicatie daarbij was wel dat ze al getrouwd was en twee kinderen had – en haar nieuwe liefde verkeerde in precies dezelfde positie. Toen Rentrop die zwanen zag, daalde er, zoals ze schrijft, "een enorme rust over mij heen en hoewel alle logica, waarden en normen het tegenovergestelde beweerden, reageerde mijn hart dat deze ontmoeting goed was". Na het voorval met de zwanen besloten de geliefden ondanks de moeilijke omstandigheden toch voor elkaar te kiezen.
Nog zo'n beladen naam is die van het huis van Wim Lucassen. In een niet-bestaande taal staat er op zijn gevel: Nes divad sa cul Felix. Je moet wel een extreem bedreven taalacrobaat zijn om dit raadsel op te kunnen lossen. De zin betekent volgens Lucassen: 'Niets doet ons scheiden van het geluk', en bestaat uit een omkering van de achternamen van hemzelf (Nes sa cul) en zijn vrouw Davids (s divad). Een soort Esperanto, waarvan sommige woorden min of meer herkenbaar zijn: nes lijkt op niets en divad lijkt op het Latijnse dividere ('scheiden'). Felix is de naam van hun overleden zoon. Een ontroerende naam: hier wordt een tragische gebeurtenis, zwaar met codes beveiligd, publiek gemaakt. Maar je kunt het ook opvatten als iets half onverstaanbaars; iets wat met moeite gestameld wordt omdat het verdriet te groot is.
En zo stroomden de verhalen dus binnen. Over het huis Wolf in Hoorn, dat zo heet omdat de dochter des huizes steevast honger had. Over Revalaspa uit Haaksbergen, dat het REsultaat VAn LAng SPAren was. Over Togtereentje in Wervershoof, naar de uitroep 'Heb ik toch er eentje!' (van een kleuter die wekenlang had gezeurd om een poppenwagen, en die uiteindelijk onder de kerstboom vond). En over Dibi Rako in Voorthuizen, dat in de taal van Botswana (waar de huiseigenaren elkaar hadden leren kennen) 'Wij gaan naar huis' betekent.

Spannende combinatie

Wat is de grote aantrekkingskracht van dit soort namen? Voor velen zal het de opwinding zijn die de versluiering met zich meebrengt: het is een spannende combinatie van openbaar (het naambord is voor iedereen zichtbaar) en privé (niet voor iedereen begrijpelijk).
Dat versluieren kan op verschillende manieren; één ervan zagen we al hiervóór: de vreemde taal. In het boek dat Ferrée 24 jaar geleden publiceerde, waren 84 van de 900 namen aan buitenlandse talen ontleend (9%). In onze verzameling gaat het om 28 namen van de 160 (17%). Het aantal buitenlandse namen is dus toegenomen. Nogal logisch, zou je denken: er worden ook steeds meer vreemde talen om ons heen gesproken. En inderdaad, soms kiezen mensen weleens een Papiamentse of Turkse naam. En er zijn mensen die hun huis Awesome ('geweldig') noemen. Toch zijn het niet díé vreemde talen die het allerpopulairst zijn. Voor de gevel kiezen mensen liever iets klassieks. En dat is niet veranderd sinds Ferrée. Ook bij hem stond het Latijn op de eerste plaats.

  Ferrée Onze Taal/de Volkskrant
Latijn 27 8
Frans 21 6
Engels 18 4
Maleis 6 1
Italiaans 4 2
Spaans 3                       2
Hebreeuws 3 -
Grieks 1 1
Russisch 1 -
Papiaments - 1
San (Bosjesmannen) - 1
Turks - 1

Hoewel er weleens geklaagd wordt over de opmars van het Engels, is daar bij huisnamen dus geen sprake van.

De zwaarst gecodeerde boodschap in de verzameling is misschien te lezen in de in Griekse letters geschreven huisnaam 'to Spíti toon Augoustíno kai María'. Dat is voor de gemiddelde passant niet te bevatten vanwege het Griekse schrift – en dan gaat het bovendien nog niet eens om het Grieks dat je op het gymnasium leert, maar om Nieuwgrieks. De vertaling is 'het huis van Guus en Ria' (spiti betekent 'huis').

De rest van het artikel kunt u lezen in het novembernummer van Onze Taal.


Lid worden