Waar komt de uitdrukking zwaar op de hand zijn vandaan en wat wordt ermee bedoeld?

Wie zwaar op de hand is, is erg serieus, ziet snel problemen, en is soms zelfs ronduit somber of pessimistisch.

Zwaar op de hand zijn komt uit de paardenwereld. Sommige paarden hebben de neiging hun hoofd laten hangen. Dat maakt het vasthouden van de teugels voor de berijder zwaarder. Van deze paarden wordt dan gezegd dat ze ‘zwaar op de hand’ zijn. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) geeft zwaar in de hand/vuist liggen/vallen/zijn als oorspronkelijke uitdrukking. Daarbij staat de beschrijving: “van paarden gezegd die het hoofd naar beneden laten hangen, daardoor te veel kracht uitoefenen op het bit en de teugels en de hand van den ruiter vermoeien”. In de loop van de tijd werd zwaar op de hand zijn ook gezegd van personen en kreeg het de figuurlijke betekenis “de zaken steeds al te ernstig nemend; geen speelschheid, humor, lichtvoetigheid aan den dag leggend (en daardoor lastig, vervelend en vermoeiend)”, aldus het WNT.

F.A. Stoett vermeldt bij zwaar op de hand zijn naast ‘zwaarwichtig zijn’ (‘somber zijn’) de betekenissen ‘lastig zijn (door veel of onbelangrijk gepraat)’ en ‘in het algemeen vervelend, vermoeiend zijn’. Deze laatste betekenissen zijn niet meer gangbaar.