Wat betekent bekend zijn als de bonte hond en waar komt deze uitdrukking vandaan?

Bekend zijn als de bonte hond (of bekendstaan als de bonte hond) betekent ‘erg bekend zijn’. Het gaat daarbij bovendien meestal niet om goede dingen, maar om fouten of rare eigenschappen. Bijvoorbeeld: ‘Iedereen hield hem in de gaten, want hij was bekend als de bonte hond’ en ‘We staan hier bekend als de bonte hond, maar we hebben niemand ooit iets misdaan.’

In een spreekwoordenboekje uit 1550 komt ‘Hy is bekent als een bont Hont’ al voor. In de zeventiende eeuw werd er weleens een langere vorm gebruikt: bekend zijn als de bonte hond met de blauwe staart. Die blauwe staart is mogelijk een bedenksel van P.C. Hooft, die deze toevoeging gebruikte in zijn toneelstuk Schijnheiligh uit 1617 of 1618.

Een bonte hond is een hond met een vacht met veel kleuren of met een opvallende tekening. Het is in elk geval een hond met een opvallend uiterlijk. Zo’n beestje herken je meteen als je het vaker tegenkomt. Iemand die bekend is als de bonte hond wordt in zijn buurt of stad/dorp ook altijd meteen herkend, meestal omdat zijn opvallende (negatieve) eigenschappen vaak onderwerp van gesprek zijn.

Of de bonte hond oorspronkelijk naar iets anders dan een hond verwijst, is helaas niet duidelijk. Sommige spreekwoordenboeken vermelden dat het een benaming voor de duivel zou kunnen zijn. Zo werd in het Middelnederlands de helsche hond weleens gebruikt om de duivel te benoemen. Het is echter ook mogelijk dat de uitdrukking oorspronkelijk gewoon verwijst naar een rondscharrelende hond met een opvallende vacht, die je na verloop van tijd gaat herkennen.

Het Duits kent de uitdrukking ook: bekannt wie ein bunter/scheckiger Hund/Pudel. In het Deens kwam vroeger de uitdrukking saa bekjendt som en broget hund weleens voor.