Wat betekent vlees op de botten hebben en waar komt deze uitdrukking vandaan? 

Vlees op de botten hebben kan letterlijk betekenen dat iemand een gevuld figuur heeft en zeker niet (te) mager is: ‘Ik mag het graag zien dat iemand wat vlees op de botten heeft.’ In figuurlijke zin betekent het ‘financiële reserves hebben’. Als een organisatie genoeg vlees op de botten heeft, staat ze er financieel gezien dus goed voor. Ook als het een tijdje minder goed zou gaan, kan de organisatie overleven. Bijvoorbeeld: ‘Ons bedrijf heeft meer vlees op de botten gekregen’ of ‘De vereniging krijgt gelukkig weer wat vlees op de botten.’

Vlees op de botten hebben betekende oorspronkelijk dat iemand ruim voldoende te eten kreeg en er daardoor gezond en sterk uitzag. Vlees is immers spierweefsel. Vlees op de botten kreeg er in de loop van de twintigste eeuw de figuurlijke betekenis ‘wezenlijke inhoud, échte waarde’ bij. In 1967 meldde een krant bijvoorbeeld dat het programma van het nieuwe kabinet “te weinig vlees op de botten” had. Vooral vanaf de jaren tachtig kreeg vlees op de botten ook de betekenis ‘financiële reserves’ erbij.

De afgelopen decennia zijn de varianten vet op de botten hebben/krijgen en spek op de botten hebben/krijgen opgekomen: ‘Hebben we nog wel genoeg vet/spek op de botten?’ Die varianten zijn zeker niet onlogisch. Vet en spek staan immers ook symbool voor het hebben van reserves.

Vlees, spek of vet op de ribben

Naast vlees, spek en vet op de botten kun je spreken van vlees, spek en vet op de ribben. De varianten met ribben hebben ook de letterlijke betekenis dat iemand er goed aan toe is. Figuurlijk betekenen ze dat een organisatie gezond is en genoeg financiële reserves heeft.