Wat betekent een veeg teken en waar komt deze uitdrukking vandaan?

Een veeg teken is een zeer slecht voorteken. Als iets een veeg teken genoemd wordt, voorspelt dat dus weinig goeds.

Het bijvoeglijk naamwoord veeg betekent hier ‘onheilspellend’. Het komt zeker al sinds de dertiende eeuw voor in het Nederlands. Het gaat terug op een woord uit het Protogermaans. Dat is de taal die aan de basis ligt van alle huidige Germaanse talen, waaronder het Nederlands, Duits en Engels. In het Protogermaans betekende faiha, faigja ‘vijandig’ en later ‘ten dode gedoemd, ten dode opgeschreven’. Die laatste betekenis ontstond doordat een vijand volgens het Oudgermaanse recht vogelvrij werd, omdat hij de vrede had verbroken. De vijand was dan ten dode opgeschreven. In de Middeleeuwen werd er ook een werkwoord van veghe afgeleid: veigen of vegen, dat ‘vijandig behandelen’ en ‘dodelijk verwonden’ betekende. Dit werkwoord leeft nog voort in helleveeg (‘feeks, kwaadaardige vrouw’).

Het vege lijf redden

Veeg komt in het dagelijks taalgebruik niet meer voor, behalve in een veeg teken en het vege lijf redden. Die laatste uitdrukking betekent eigenlijk ‘het in doodsgevaar verkerend lichaam redden’, oftewel ‘vluchten om te voorkomen dat men gewond raakt of gedood wordt’. Het vege lijf redden wordt vaak ook ironisch gebruikt in situaties waarin er geen echt gevaar dreigt: ‘Het krioelde er van de muggen, dus we renden naar binnen om het vege lijf te redden.’ Een andere, verouderde uitdrukking met veeg is zo veeg zijn als een luis op een/de kam (‘in groot gevaar verkeren’).

Teken aan de wand en veeg uit de pan

Naast een veeg teken kan ook een teken aan de wand (‘een dreigende waarschuwing’) een onheilspellende bijklank hebben. De herkomst van die uitdrukking wordt uitgelegd op de pagina over gewogen en te licht bevonden (helemaal onderaan).

In een veeg uit de pan krijgen is veeg een heel ander woord: het is afgeleid van vegen in de betekenis ‘ergens overheen strijken/borstelen’.