Waar komt van de hak op de tak springen vandaan en wat betekent het?

Van de hak op de tak springen betekent 'telkens een nieuw onderwerp aansnijden, onsamenhangend spreken of schrijven'.

De herkomst van deze uitdrukking is onduidelijk. Volgens het Groot uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006) betekent hak hier 'haakvormige, kromme boomtak' - hak is dus een specifieke tak. Wie van de hak op de tak springt, springt dus al sprekend of schrijvend van tak naar tak – wellicht is het beeld van op en neer hippende vogels ook van invloed geweest. Ook F.A. Stoett (Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden) vat hak op als variant van haak.

Het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands (EWN, 2003) zet echter vraagtekens bij deze uitleg. Het EWN ziet geen verband met haak, maar met hakken ('houwen, met een bijl in stukken slaan'). Hak zou in deze uitdrukking betrekking hebben op de plaats waar een tak van de boom is afgehakt. Van de hak op de tak springen betekende dan letterlijk: 'op en neer springen tussen de plaats waar de tak is afgehakt en de afgehakte tak zelf'. De uitdrukking zou dan oorspronkelijk iets betekenen als 'terugkomen op iets wat al afgehandeld is', en vandaar 'ongeorganiseerd spreken/denken' en 'van het ene onderwerp (weer) naar het andere overgaan'.