Waar komt de uitdrukking tuig van de richel vandaan en wat wordt ermee bedoeld?

 

Tuig van de richel is wat je noemt 'slecht volk', oftewel: gajes, schorem, schorriemorrie, gespuis, geteisem, rapaille, uitschot. Een oudere variant van deze uitdrukking is vee van de richel.

Over de precieze herkomst van deze uitdrukking zijn de naslagwerken het niet helemaal eens. De richel in deze uitdrukking is mogelijk een aanduiding voor de goedkoopste plaatsen in de schouwburg van vroeger. In het boek Toen ik nog jong was (1901) van Justus van Maurik staat: "De Richel was een smal bankje, achter tegen den schuinen wand van de kap aangebracht. Men kon daar zoowat zitten, maar niets zien van 't geen op het tooneel gebeurde; daarom moesten zij, die daar plaatsen hadden, gedurende de voorstelling staan, of leunen op de ruggen van de menschen, vóór hen. Nu nóg noemt men in Amsterdam het minste soort menschen: 't Vee van den Richel."

Het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) vermeldt bij richel echter dat dit vroeger een benaming was voor een dikke plank in een koestal, waarop het vee met de achterpoten stond. Misschien is vee van de richel in de betekenis 'gespuis, gajes' vooral hierop terug te voeren. Het woord vee was al eeuwenlang een scheldwoord, maar het is wel een beetje kort. Het is daarom niet zo vreemd dat men op zoek ging naar een toevoeging, en daarbij uitkwam op van de richel. Het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006) noemt zelfs alleen deze verklaring, en geeft de schouwburg-verklaring niet. 

Ergens in de negentiende eeuw ontstond naast vee van de richel de variant tuig van de richel. Het WNT omschrijft dit als "het volkje dat [in de schouwburg] voor bijna niets onder het schuine afdak mocht zitten". Het WNT citeert ook Herman Heijermans, die het in 1899 had over richeltjestuig

Tuig

Het woord tuig in de betekenis 'slecht volk' is overigens afgeleid van werktuig. We gebruiken tuig nog steeds in bijvoorbeeld oorlogstuig en vistuig. Het kreeg later ook de betekenis 'slechte spullen' en vandaar (in het begin van de achttiende eeuw) ook 'slechte mensen'.