Wat betekent tranen met tuiten huilen en waar komt deze uitdrukking vandaan?

Als je anderen dikke tranen ziet huilen, kun je zeggen: ‘Ze huilen tranen met tuiten.’ Vaak bedoel je dan ook dat je al die tranen een beetje overdreven vindt: je vindt het vooral aanstellerij.

We kennen tuit tegenwoordig vooral in de betekenis ‘schenkpijp’ (van een theepot bijvoorbeeld), maar de oorspronkelijke betekenis is ‘punt, spits toelopend uiteinde’. Tranen met tuiten zijn dikke tranen, die een spoor achterlaten op je wangen als ze naar beneden biggelen. Dat spoor wordt steeds breder en daardoor zie je bovenaan een soort punt. Het tranenspoor lijkt dus aan de bovenkant een ‘tuit’ te hebben. Tranen met tuiten betekent dus letterlijk iets als: ‘zúlke dikke tranen dat er allemaal ‘tuiten’ op je wangen verschijnen’.

Tuitflesjes?

De uitdrukking tranen met tuiten komt al zeker vier eeuwen voor. Al minstens drie eeuwen doet ook een andere verklaring voor de herkomst van tranen met tuiten de ronde. Die verklaring verwijst naar een oud gebruik om nadat iemand overleden was, ‘klaagvrouwen’ in te huren. Dat waren vrouwen die als beroep hadden bij anderen te komen rouwen en huilen. Hun tranen werden verzameld in langwerpige flesjes: tuitflesjes. Deze flesjes werden bij de overledene in het graf gezet. Tranen met tuiten zou dan dus eigenlijk ‘tranen met tuitflesjes vol’ betekenen.

Helaas klopt deze uitleg niet. Er hebben weliswaar ‘professionele klaagvrouwen’ bestaan en bij archeologische opgravingen zijn in graven langwerpige flesjes gevonden. Men dácht dat die gebruikt waren om tranen op te vangen. Zo ontstond zelfs de naam lacrimatorium voor zo’n ‘tranenflesje’. Later bleek echter dat de flesjes ooit gevuld waren met balsem, geurige specerijen en olie.

Oliekoeken en lollepotten

Andere uitdrukkingen voor dikke tranen zijn tranen als oliekoeken en tranen als lollepotten. Oliekoeken zijn koeken die gebakken werden in raapolie. Lollepotten zijn stenen potten.