Waar komt tot in de pruimentijd vandaan en wat wordt ermee bedoeld?

Tot in de pruimentijd! is een afscheidsgroet waarmee wordt bedoeld: 'tot over een poosje!' Je kunt het ook zeggen als je niet weet wanneer je de ander weer zult zien; dan betekent het 'tot ooit!'

Met pruimentijd wordt eigenlijk de tijd bedoeld waarin de pruimen rijp zijn, grofweg van juli tot oktober dus. Waarom er in tot in de pruimentijd is gekozen voor pruimentijd en niet voor bijvoorbeeld kersentijd, is niet duidelijk. 

Een mogelijke verklaring is dat tot in de pruimentijd! bedacht is door P.C. Hooft en zijn vrienden, onder wie VondelHuygens en Maria Tesselschade. Hooft ontving hen vaak op zijn Muiderslot. Aan het eind van de zomer zeiden de vrienden bij wijze van afscheid "Tot in de pruimentijd!" tegen elkaar, waarmee ze de volgende zomer bedoelden. Deze groet zou later spreekwoordelijk zijn geworden. Of dit verhaal klopt, is helaas niet zeker. Wel schrijft Hooft in 1636 aan Maria Tesselschade: "De prujmen beginnen al teffens [allemaal tegelijk] op een bodt [eensklaps] te rijpen, en te roepen Tesseltje, Tesseltjes mondtje." Oftewel: kom snel, Tesseltje, want de pruimen worden rijp. In 1643 schrijft hij: "Dat het U Eed. Gestr. geliefde ons met haare jeghenwoordigheit [= tegenwoordigheid], ... hier te koomen vereeren, teeghens den pruimtijdt, die voorhanden is [= nadert] (...)." 

In de pruimentijd komt ook voor in de uitdrukking iets in de pruimentijd doen, waarmee bedoeld wordt 'iets nooit doen', net als iets met sint-juttemis doen.