Waar komt tegen heug en meug vandaan?

Tegen heug en meug kan gezegd worden van alles wat je tegen je zin (soms zelfs met weerzin) doet. Als je bijvoorbeeld iets tegen heug en meug opeet, eet je het met grote tegenzin op.

Het woord heug betekent 'zin, lust' en heeft te maken heeft met het werkwoord verheugen; meug betekent zoiets als 'trek, smaak' en is afgeleid van mogen in de zin van 'waarderen, appreciëren'. Tegen heug en meug betekent dus letterlijk 'in strijd met wat je vrolijk maakt en met wat je leuk vindt'. Oorspronkelijk stond in dit klankrijm heug voor het geestelijke en meug voor het lichamelijke. Van iets wat je tegen heug en meug deed, was je dus zowel in geestelijk als in lichamelijk opzicht niet gediend.

Het woord meug komt ook voor in de uitdrukking ieder zijn meug: dat wordt vaak gebruikt als berustend commentaar, ongeveer in de betekenis 'iedereen moet zelf uitmaken wat hij leuk/lekker vindt', 'smaken verschillen'.

Tegen heug en meug doet denken aan tegen wil en dank, dat een verwante betekenis heeft: 'hoewel je het niet wilt, noodgedwongen'. Dank betekende vroeger ook 'zin, wil'; van deze betekenis is sprake in dit gezegde. Tegen wil en dank is dus een voorbeeld van een tautologie. Deze oude betekenis van dank zit nog in zijns ondanks ('tegen zijn zin', 'zonder het te willen').