Waar komt de uitdrukking te hooi en te gras vandaan en wat wordt ermee bedoeld?

Te hooi en te gras betekent ‘lukraak; zonder systeem of regelmaat’. Het komt voor in zinnen als ‘Als je te hooi en te gras eens een stukje wandelt, werk je niet écht aan je conditie.’

Het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006) schrijft over de herkomst van deze uitdrukking:

“Deze uitdrukking wordt vaak gebruikt om aan te geven dat iets op een ongeordende, willekeurige manier, of maar zelden, op ongeregelde tijden gebeurt.
Oorspronkelijk is dit een tijdsaanduiding uit de Middeleeuwen, die betekende: ‘twee keer per jaar’. Te hooi staat voor de hooitijd, te weten juli, en met te gras wordt de grasmaand bedoeld, namelijk april. Aanvankelijk was de volgorde anders, evenals de vorm; in een oorkonde uit 1477 bijvoorbeeld heet het eens bi grase ende eens bi stroo [= ‘eenmaal bij gras en eenmaal bij stro’].
In figuurlijke zin (zonder verwijzing naar jaargetijden maar nog wel in de betekenis ‘tweemaal’) komt de uitdrukking voor het eerst voor bij de dichter Bredero, aan het begin van de zeventiende eeuw: ‘Sy lacht by hoy en by gras, dat’s goelickjes (= ‘ongeveer’) tweemael ’s jaers.’”

Volgens spreekwoordenkenner F.A. Stoett was te hooi en te gras in de Middeleeuwen een tijdsbepaling voor rechtsdagen: op twee dagen per jaar mocht er recht worden gesproken, in de grastijd en in de hooitijd.

April wordt inderdaad ook wel de grasmaand genoemd en juli ook wel de hooimaand. Zie het overzicht van alternatieve maandnamen op deze site.