Waar komt sikkeneurig zijn vandaan? 

Sikkeneurig ('chagrijnig, lusteloos') is een verbastering van het Franse woord chicaneur, dat 'vitziek persoon' ('iemand die op een nare manier op- en aanmerkingen maakt') betekent. Het Etymologisch Woordenboek van Van Dale vermeldt dat sikkeneurig in 1784 voor het eerst in het Nederlands op schrift voorkwam.

Sikkeneurig heeft niets te maken met ergens een sik van krijgen. Deze zegswijze is volgens Van Dale (2005) ontstaan uit een andere zegswijze: hij was de sik ('hij was de pineut of de klos', 'hij kreeg de schuld'). Sik staat in deze laatste zegswijze voor 'geit'; waarom nu juist de geit 'de klos' is, blijkt helaas nergens. Misschien gaat dit terug op het feit dat geiten vroeger vaak werden gegeten. Het kon dus gebeuren dat de geit op een dag de sik was: dan werd hij geslacht.