Waar komt de uitdrukking ‘Schraalhans is er keukenmeester’ vandaan en wat wordt ermee bedoeld?

 

Als gezegd wordt dat ‘schraalhans ergens keukenmeester is’, wil dat meestal zeggen dat er weinig (lekker) eten te krijgen is. Er kan ook in het algemeen bedoeld worden dat iets nogal karig is, bijvoorbeeld: ‘Op de obligatiemarkten was schraalhans deze week keukenmeester’ (= ‘het rendement was laag’).

Een schraalhans is een spottende aanduiding voor iemand die niet veel te eten in huis heeft. Er kan ook een gierigaard mee bedoeld worden. Schraal wordt hier in de betekenis ‘karig, sober, zuinig’ gebruikt. De (vroeger ook al) veelvoorkomende naam Hans is in allerlei algemene persoonsaanduidingen terechtgekomen – bijvoorbeeld in hansworst (‘raar figuur, belachelijk persoon’), praalhans (‘ijdele figuur, opschepper’), en in verouderde aanduidingen als gelukshans, pochhans, hans snoeshaan (‘bluffer’) en hans onversaagd (‘durfal’). Schraalhans betekent dus iets als ‘zuinige vent (het tegenovergestelde van een gezellige bourgondiër)’, ‘gierige kerel’.

Een keukenmeester was vroeger ofwel een ambtenaar die toezicht hield op de keuken van een vorst, ofwel een opperkok, een chef de cuisine. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal vermeldt bij keukenmeester: “Gierige Hans (...), Kaalhals (...), Schraalhans (...) is keukenmeester, er wordt schraal, mager, zuinig opgedischt; er is niet veel te eten.” F.A. Stoett voegt daar nog een paar varianten aan toe, waaronder ‘Schraalhans is keldermeester.’ Een keldermeester is een opzichter van de wijnkelder.