Waar komt de uitdrukking rijke stinkerd vandaan en wat wordt ermee bedoeld?

Een rijke stinkerd is een rijke man of vrouw. Degene die een ander een rijke stinkerd noemt, bedoelt dat meestal spottend, soms zelfs kwaad of jaloers.

De precieze herkomst van deze uitdrukking is niet duidelijk. Mogelijk is stinkerd hier ‘gewoon’ een scheldwoord waar rijk voor geplaatst is. Stinker werd vroeger namelijk weleens voor de grap gebruikt voor ‘aars, kontgat’. Daaruit kwam het scheldwoord stinker(d) voort, dat ‘rotzak, ellendeling’ betekende. In een citaat uit de zestiende eeuw wordt iemand al een “vuijle stincker” genoemd. Het is voorstelbaar dat een rijke persoon voor rijke stinkerd werd uitgemaakt.

Er zijn echter verschillende andere verklaringen in omloop voor de herkomst van rijke stinkerd. We geven er hieronder vier. De laatste drie zijn volgens etymologen onwaarschijnlijk. Het voornaamste bezwaar tegen deze verklaringen is dat de uitdrukking tamelijk jong is. Rijke stinkerd komt pas sinds het einde van de negentiende eeuw voor. Dat maakt een verband met heel oude gebruiken en gezegden onwaarschijnlijk: dan had ook rijke stinkerd immers veel ouder moeten zijn.

Stinkend rijk

Een eerste verklaring is dat rijke stinkerd is voortgekomen uit stinkend rijk. Stinkend is hier als versterking gebruikt: het betekent ‘heel erg’. Dit versterkende gebruik van stinkend komt al eeuwen voor. Zo schreef Justus van Effen in 1734 dat iemand “stinkend veul” van een vrouw hield. Rijke stinkerd zou dan een soort omdraaiing zijn van stinkend rijk.

Ook kwam vroeger de uitdrukking stinken van het geld voor. Daarmee werd bedoeld: ‘zó veel geld hebben, dat je er als het ware naar stonk’. Ook van hier is de stap naar rijke stinkerd niet zo groot.

Parfum

Een tweede verklaring is dat vroeger alleen rijke mensen geld hadden voor lekkere luchtjes. Daaraan waren ze dus te herkennen. De rijken roken waarschijnlijk eigenlijk lekkerder, maar de armeren maakten daarvan dat ze juist stonken. Dat deden ze dan om uiting te geven aan hun spot, minachting of jaloezie.

Begraven in de kerk

De bekendste verklaring (die ook vaak te horen is bij rondleidingen in kerken) is dat vroeger alleen rijke mensen een graf vooraan in de kerk kregen. Ze zouden dus duidelijk zichtbaar in de kerk liggen te ‘stinken’. Soms wordt daaraan toegevoegd dat dit ook écht te ruiken zou zijn geweest, maar dat is niet waarschijnlijk. Men was vroeger weliswaar meer gewend aan stank dan wij nu, maar in een lijklucht wilde ook vroeger echt niemand zitten. De graven werden bovendien goed dichtgemaakt. Er zou alleen bedoeld kunnen zijn: ze liggen hier in de kerk in hun graf te ‘stinken’ - ook al ruiken we ze gelukkig niet echt.

Geld stinkt niet

Een vierde verklaring is een mogelijk verband met de uitdrukking ‘Geld stinkt niet.’ Deze uitspraak wordt toegeschreven aan de Romeinse keizer Vespasianus (7-79 n.Chr.). Hij had namelijk bepaald dat er belasting moest worden geheven om het overbrengen van de inhoud van openbare urinoirs naar het rioolsysteem te betalen. Toen hij daar kritiek op kreeg, zei hij: ‘Pecunia non olet’ (‘Geld stinkt niet’). Misschien is men de uitdrukking later voor de grap juist gaan omdraaien: ‘geld stinkt en wie er veel van heeft dus ook’.