Waar komt de zegswijze pootaan spelen vandaan?

 

Pootaan spelen betekent 'hard doorwerken', 'flink aanpakken'.

Volgens het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006) is de uitdrukking gebaseerd op een verdwenen gezegde: sla poot aan! Ook F.A. Stoett geeft deze herkomst in zijn Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden. Pootaan spelen betekent eigenlijk 'de poten (= handen) aan het werk slaan of moeten slaan', oftewel: de handen uit de mouwen steken.

Het Woordenboek der Nederlandsche Taal vermeldt bij poot: “Sla poot aan, pak aan, help een handje. (...) Gewoonlijk in den verkorten vorm poot aan! (...) Vandaar de verbinding poot aan moeten, hard moeten werken, de handen uit de mouwen moeten steken. (...) Het meest gebruikelijk is de uitdrukking poot aan spelen (...).”
Een jan poot-an is volgens het WNT echter geen stoere werker, maar “een echtgenoot die door de vrouw tot huiselijke bezigheden wordt genoopt enz.; ook: domkop; uilskuiken”.

Naast pootaan spelen bestaat het werkwoord aanpoten ('flink aanpakken, opschieten'). Het WNT geeft bij “aanpooten”: “Eigenlijk hetzelfde als aanbeenen (...), en dus zooveel als 'snel voortgaan'; doch nooit in dien eigenlijken zin, maar altijd overdrachtelijk gebezigd voor 'flink voortgang maken met het werk, waar men aan bezig is. In denzelfden zin zegt men ook poot aan spelen.”

In de loop van de tijd is poot aan samengesmolten tot één woord; pootaan komt voor het eerst in Van Dale voor in de achtste druk uit 1961.