Waar komt pit hebben vandaan en wat wordt ermee bedoeld?

Pit hebben betekent 'energiek zijn', 'daadkrachtig zijn' en ook wel 'een volhouder zijn', 'een sterke persoonlijkheid hebben'.

In deze uitdrukking zit het woord pit in de betekenis 'zaadkorrel', 'kern/hart van een vrucht'. Pit kreeg al eeuwen geleden ook de figuurlijke betekenis 'verstand'. Joost van den Vondel beschreef verstandige mensen als mensen die “pit achter d'ooren hebben” ('een hoofd hebben met een goed stel hersens' dus). Ook ontstond de figuurlijke betekenis 'grote innerlijke waarde', 'deugdelijkheid', 'degelijkheid'. Jacob Cats schreef rond 1635 bijvoorbeeld: “Al wat hy neder-stelt [= schrijft] heeft pit en groote kracht”. Vervolgens ontstond de betekenis 'kracht, geestkracht', en zo kon pit hebben de betekenis 'krachtig zijn', 'veel geestkracht hebben' krijgen. Iemand zonder pit is juist 'slap, krachteloos'.

Pit in de betekenis 'kern/hart van een vrucht' zit ook in het bijvoeglijk naamwoord pittig, dat onder meer 'krachtig, energiek' betekent.