Waar komt de zegswijze pappen en nathouden vandaan?

Voor de herkomst van pappen en nathouden bestaan verschillende verklaringen. Ook de betekenis van deze uitdrukking ligt niet vast. De bekendste betekenis is 'de zaak zo goed en zo kwaad als het gaat aan de gang houden', 'ergens halfslachtig mee doorgaan'.

Volgens Van Dale (2005) en het spreekwoordenboek van K. ter Laan werd pappen en nathouden oorspronkelijk gezegd van het behandelen van een verwonding. Pappen was iets wat gedaan werd met gezwellen: de dokter legde er een pap (mengsel van bepaalde stoffen) op om het gezwel week te maken, in plaats van het gezwel uit te snijden. Zo'n papje zou het genezingsproces kunnen bevorderen, en de toestand er in elk geval niet slechter op maken. Vooral het negatieve aspect hiervan, 'het wordt er niet slechter op, maar ook niet beter', klinkt tegenwoordig sterk door in pappen en nathouden: 'de zaak wordt niet flink aangepakt, zodat de toestand niet echt verbetert' of 'men blijft doorgaan op de ingeslagen weg, terwijl drastische maatregelen nodig zijn'.

F.A. Stoett vermeldt in zijn standaardwerk Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden een heel andere herkomst. Volgens hem gaat het hier om het Bargoense woord pappen voor 'zuipen, brassen'; nathouden zal dan op hetzelfde neerkomen (zichzelf nathouden, oftewel doorgaan met zuipen). Stoett omschrijft de betekenis als "drinken, brassen, volhouden, de zaak aan den gang houden; in obscoenen zin coire" (Latijn voor 'seks hebben').

Andere naslagwerken, zoals het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006), zien nog een heel andere herkomst: het behangen van wanden. Het behangpapier moet voortdurend nat gehouden worden, anders plakt het niet. Pappen zou dan op de lijmpap slaan die steeds aangemaakt moet worden.