Waar komt op zijn dooie akkertje vandaan en wat betekent het?

Wie iets op zijn dooie akkertje doet, doet het kalm aan en laat zich niet haasten.

De herkomst van deze uitdrukking is onduidelijk. Het Groot Uitdrukkingenwoordenboek (2006) van Van Dale merkt alleen op dat dood hier wordt gebruikt als versterking, zoals ook het geval is in doodmager en doodsbleek. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) noemt op zijn dooie akkertje niet, maar vermeldt bij op zijn dooie gemak: “Eenigszins op zichzelf staat het gebruik [van dood] in op zijn enz. doode (uitgesproken 'dooie') gemak, waarin dood weinig meer is dan eene versterking van gemak.” 

Riemer Reinsma, gezegdendeskundige en vaste medewerker van Onze Taal, merkte in De Jordaan (1914), een “Amsterdamsch epos” van de schrijver Israël Querido de uitdrukking op zijn akker zijn op, met de betekenis 'in gelukkige omstandigheden verkeren'. Het is goed voorstelbaar dat op zijn akker later 'zonder veel inspanning' ging betekenen; weer later werd dan het versterkende dooie nog toegevoegd.

Volgens deze verklaring zou op zijn akker(tje) vergelijkbaar kunnen zijn met een zegswijze als in zijn knollentuin zijn ('in zijn schik zijn', 'het naar zijn zin hebben'). Dit werd oorspronkelijk van een haas gezegd die zich te goed doet aan lof van knollen – denk aan het liedje In een groen, groen, groen, groen knollenland / daar zaten twee haasjes heel parmant. F.A. Stoett geeft nog meer varianten, zoals in zijn tuin zijn, in zijn koeweide zijn, in zijn hof zijn. Allemaal betekenen ze 'het naar de zin hebben'.