Waar komt de uitdrukking bij iemand op het matje moeten komen vandaan en wat wordt ermee bedoeld?

Wie bij iemand op het matje moet komen, moet bij iemand komen om zich te verantwoorden. Er wordt ook weleens gesproken van iemand op het matje roepen, wat ‘iemand naar je toe roepen om hem op zijn kop te geven’ betekent.

De herkomst van deze uitdrukking is helaas niet bekend. Het Junior Spreekwoordenboek van Van Dale (2001) oppert dat mensen die vroeger straf kregen misschien op een kleine mat moesten gaan staan, op een strafmatje dus. We moeten dan denken aan een matje voor het bureau van een directeur, waar een arbeider moest staan als die berispt werd. Of dit werkelijk gebeurde, is overigens niet bekend.

In de rechtbank lag echter vroeger kennelijk wél een ‘matje’. In De Telegraaf wordt in 1908 een gebeurtenis in een rechtbank als volgt besproken: “’t Is een allervriendelijkst vrouwtje (...) nu ze met zedige pasjes de groene tafel tot op een eerbiedig afstandje van een paar passen nadert. Om op het matje te gaan staan, zou wel een beetje vrij zijn. Het vrouwtje is zichtbaar onder den indruk (...).” In het Dagblad voor Noord-Holland wordt in 1942 verslag gedaan van een rechtszaak over een ruzie: “Maria B., huisvrouw te Den Helder, moest op het matje komen omdat zij op 1 Mei door de stad wandelend, tegen een haar vijandige kennis gezegd had: ‘Vuile schoft’.” Op het matje komen is dus mogelijk rechtbanktaal, maar helaas geven de naslagwerken er geen uitsluitsel over.