Waar komt iets op eigen houtje doen vandaan? 

 

Iets op eigen houtje doen betekent dat je iets op eigen initiatief en/of alleen doet, zonder toestemming gevraagd te hebben of anderen verteld te hebben wat je gaat doen. Vaak heeft iets op eigen houtje doen de bijbetekenis dat je anderen eigenlijk wel ten minste had moeten informéren over je plannen.

Volgens het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006) staat houtje hier oorspronkelijk misschien voor een kerfstok(je) waarop schulden werden bijgehouden. Als je niet kon betalen, werd dat aangegeven door een kerf te maken op een stokje. Gewoonlijk waren er twee stokjes, die uit één stuk hout gespleten waren. Het ene was voor de schuldeiser (bijvoorbeeld de winkelier), het andere voor degene die de schuld had (de klant). De kerfjes op de twee stokjes moesten precies overeenkomen; de stokjes werden dan ook alleen gekerfd als de twee partijen samen waren. Als een kerfje maar op één van de stokjes voorkwam, dus alleen 'op het eigen houtje', was het niet geldig. Van daaruit moet zich dan de huidige betekenis van op eigen houtje hebben ontwikkeld: 'iets doen zonder de ander te raadplegen', 'eigenmachtig handelen'.

F.A. Stoett geeft deze herkomst ook, maar noemt ook een andere verklaring, namelijk dat houtje eigenlijk een houten schip aanduidt. De bestuurders (zoals de vertegenwoordigers van de rederij) hebben veel te zeggen over een schip. Als het echter van de kapitein zelf is, staat hij helemaal 'op zijn eigen houtje'. Alles wat hij doet, is op eigen verantwoording. De winst is voor hem, maar hij is ook aansprakelijk voor verlies, schade, enz. Hieruit zou zich dan de betekenis 'op eigen risico', 'voor eigen verantwoording, rekening' hebben ontwikkeld. Deze herkomst wordt als onwaarschijnlijk gezien.

Dat geldt ook voor een derde mogelijke herkomst, die een verband legt met de Bijbel. In Hosea 4, een aanklacht gericht aan de Israëlieten toen die niet luisterden naar God, staat: “Mijn volk raadpleegt een stuk hout, uit stokjes lezen ze de toekomst af. Ze zijn bezeten van ontucht en keren zich af van hun God.” Met een stuk hout wordt een afgodsbeeld bedoeld; met het aflezen van de toekomst aan stokjes wordt stokkenwichelarij bedoeld.