Wat betekent op de koop toe en waar komt deze uitdrukking vandaan? 

Als je iets op de koop toe krijgt, krijg je dat extra. Deze uitdrukking komt meestal voor in beschrijvingen van een negatieve ervaring. Bijvoorbeeld: ‘We moesten lang op ons eten wachten en het personeel was nog onvriendelijk op de koop toe.’ Het loopt allemaal al niet zo lekker, en dan komt er nog iets vervelends bij ook.

Iets op de koop toe krijgen (of geven) was al in de zeventiende eeuw in gebruik. De uitdrukking betekende oorspronkelijk letterlijk ‘iets extra’s krijgen (of geven) bij datgene wat iemand koopt’. Dat extraatje werd als het ware boven op de aankoop gelegd: alsjeblieft, dit krijg je er gratis bij. Vanaf ongeveer de achttiende eeuw kreeg op de koop toe de algemene, figuurlijke betekenis ‘daarbovenop, bovendien, als extra’.

De uitdrukking was aanvankelijk positief, maar in de loop van de negentiende eeuw veranderde dat. Zo schreef Jacob van Lennep in 1865 dat hij geen zin had “om de rij der slachtoffers van zelfbedrog of van schijnbeloften te vermeerderen en mij belachlijk te maken op de koop toe”.

Op de koop toe nemen

Op de koop toe komt ook vaak voor in combinatie met nemen. Dat betekent: ‘iets wat niet zo prettig is toch aanvaarden/verdragen’. Als je bijvoorbeeld een leuke nieuwe baan krijgt, maar voortaan wel langer moet reizen, kun je zeggen dat je de langere reis op de koop toe neemt. Mogelijk is op de koop toe nemen begonnen als ironische uitdrukking: ‘je zit er niet op te wachten, maar krijgt het er toch maar mooi bij’. Er zit dan niets anders op dan het maar te accepteren. Tegenwoordig is iets op de koop toe nemen vooral een blijk van een positieve instelling. Als blijkt dat iets ook een minder gunstige kant heeft, ga je niet moeilijk doen: je maakt er gewoon het beste van. 

Op de hoop toe

Wigardus à Winschoten vermeldt in zijn boek Seeman uit 1681 (waarin veel spreekwoorden staan) ‘Dat sult gij op den hoop toe hebben.’ Die hoop was eigenlijk een ‘bergje’ koopwaar, waarbovenop dan nog iets werd gelegd als extraatje. Van daaruit kreeg op de hoop toe de figuurlijke betekenis ‘iets extra’s’. Volgens het historische Woordenboek der Nederlandsche Taal is op de hoop toe nog iets ouder dan op de koop toe. Mogelijk is de Franse uitdrukking par-dessus le marché (letterlijk: ‘boven op de koop’ en vandaar: ‘op de koop toe, bovendien’) van invloed geweest op het ontstaan van op de koop toe. Op de hoop toe is al lange tijd verouderd.