Wat betekent op de fles gaan en waar komt deze uitdrukking vandaan?

Op de fles gaan betekent ‘failliet gaan’. De herkomst van deze uitdrukking is helaas niet duidelijk. Er zijn wel verschillende theorieën over.

Bijna leeg (bier)vat

Mogelijk is op de fles gaan ontstaan door wat vroeger gebeurde met een bijna leeg (bier)vat. Het restant in zo’n vat was eigenlijk niet lekker meer. Het werd afgetapt en in flessen gedaan. Bovendien voegde men er gerst en suiker aan toe. Zo ontstond er redelijk drinkbaar bier. Toch bleef bier dat ‘op de fles getrokken was’ duidelijk minder lekker (niet voor niets heeft flessentrekkerij de betekenis ‘bedrog’ gekregen). Het is mogelijk dat op de fles gaan is ontstaan door de bijgedachte aan het (bijna) lege vat, waaruit alleen nog een paar flessen getrokken kunnen worden. Het vat dat zo goed als leeg is, staat dan voor de ‘leegheid’ (oftewel: geen geld meer in kas en/of geen perspectieven) van de failliete zaak.

Fiasco

Volgens het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands (EWN) is op de fles gaan een leenvertaling van het Franse faire fiasco (‘een mislukking ondergaan’). Het Frans ontleende fiasco aan het Italiaans. In het Italiaans betekende fiasco ‘fles’. De relatie tussen de betekenissen ‘fles’ en ‘mislukking’ is helaas niet duidelijk; zie voor enkele theorieën het EWN.

Ernstig zieke

F.A. Stoett ziet een verband met op de fles staan/liggen/zijn, dat in Vlaanderen (Antwerpen) gezegd werd van een ernstig zieke. Zo iemand was zo ziek dat hij alleen nog uit een fles kon eten en drinken, en waarschijnlijk niet lang meer zou leven. Dit idee van ‘niet zullen overleven’ zou in op de fles gaan dan worden betrokken op zaken die niet goed meer gaan.