Waar komt de zegswijze onder de plak zitten vandaan?
 

Wie onder de plak zit, heeft weinig te vertellen: hij/zij wordt onderdrukt of overheerst door iemand anders. Deze zegswijze wordt vaak gebruikt om aan te duiden dat in een huwelijk een van de twee echtgenoten (vaak de vrouw) duidelijk de baas speelt over de ander.

Voor de herkomst van onder de plak zitten moeten we terug naar het schoollokaal van vroeger. F.A. Stoett vermeldt bij onder de plak zitten: "zoo beheerscht worden, als vroeger de kinderen door den 'schoolmeester' met de roede en de plak".

Een plak was een stok met aan het uiteinde een schijf. Hier gaf de schoolmeester kinderen voor straf een mep mee op hun hand. Het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006) citeert de cultuurhistoricus G.D.J. Schotel, die in Het Oud-Hollandsch Huisgezin der Zeventiende Eeuw (1868) beschrijft wat voor soorten plakken er allemaal waren: "Men had ronde en ovale plakken, dik en dun van blad, met een gladde oppervlakte, en met ruiten ingesneden, om den indruk op de hand te versterken." Je had zelfs plakken "met gevlochten koperdraad, en met scherpe ijzeren puntjes voorzien, of met spelden en naalden erin, die vel en vleesch van de handen scheurden".