Waar komt de uitdrukking onder één hoedje spelen vandaan en wat wordt ermee bedoeld?
 

Wie met iemand onder één hoedje speelt, werkt in het geheim met hem of haar samen. Deze uitdrukking suggereert vaak dat er sprake is van achterbakse en oneerlijke praktijken.

Het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006) vermeldt dat de uitdrukking waarschijnlijk is ontstaan door de gedachte aan goochelaars en hun trucs. In het Middelnederlands bestond de uitdrukking onder den hoet gokeln ('onder de hoed goochelen', 'stiekeme plannen hebben'). Onder den hoet betekende in het Middelnederlands in het algemeen 'in het geniep'. Onder één hoedje spelen is een jongere uitdrukking; Van Dale vermeldt haar vanaf de vierde druk (1898).

Marc De Coster noemt in zijn Woordenboek van populaire uitdrukkingen, clichés, kreten en slogans (2002) de uitdrukking hoed en rand zijn met iemand, dat ook 'stiekem samenwerken' betekent, en daarnaast 'nauw verbonden zijn met iemand'. De zegswijze van de hoed en de rand weten betekent 'veel ervaring hebben, ergens veel van afweten'.