Waar komt de uitdrukking ‘De mussen vallen van het dak (van de hitte)’ vandaan en wat wordt ermee bedoeld? 

‘De mussen vallen van het dak’ of ‘De mussen vallen dood van het dak’ (vaak aangevuld met ‘van de hitte’) betekent dat het ontzettend warm weer is.

De uitdrukking is – in een iets andere vorm – voor het eerst aangetroffen in 1839, in de bekende verhalenbundel Camera Obscura van Hildebrand (pseudoniem van Nicolaas Beets). Een van de verhalen in dat boek begint als volgt: “Het was een brandendheete vrijdagachtermiddag in zekere Hollandsche stad: zoo heet en zoo brandend, dat de mosschen op het dak gaapten, ’t welk, op gezag der Hollandsche manier van spreken, de grootste hitte is, die men zich voor kan stellen.” (De tekst is te lezen via de DBNL.)

Hildebrand heeft het dus over “mosschen” die “gaapten”. Met mosschen bedoelde hij mussen; de schrijfwijze mos(ch) was lange tijd een variant van mus. Er wordt weleens gedacht dat het in deze uitdrukking om mos zou gaan dat op daken groeit, maar dat is niet juist. De uitdrukking komt al in de negentiende eeuw vaker voor met musschen die zitten te gapen van de hitte dan met mosschen.

Hoe en waarom gapen veranderd is in vallen, is niet duidelijk. Misschien vond men mussen die dood van het dak vielen van de hitte gewoon een sterker beeld dan mussen die zitten te gapen van de hitte. In 1859 stond in het tijdschrift Het Vaandel: “Het was zo heet, dat de mosschen van het dak vielen.”

Er valt geen mus van het dak ...

Er bestaat nog een uitdrukking met vallende mussen: ‘Er valt geen mus van het dak zonder dat het zo bedoeld is.’ Hiermee is bedoeld: ‘alles gebeurt met een reden, alles is voorbestemd’. Deze uitdrukking gaat terug op de Bijbel. In Matteüs 10:29 staat: “Wat kosten twee mussen? Zo goed als niets. Maar er valt er niet één dood neer als jullie Vader het niet wil”. Hiermee wordt bedoeld dat mussen weinig waard zijn, maar dat God toch ook voor zulke dieren zorgt.

‘Er valt geen mus van het dak zonder dat het zo bedoeld is’ is vooral een vaste uitdrukking onder schrijvers en letterkundigen. Het Nieuw Bijbels Lexicon (2005) vermeldt dat het dan vooral gaat om “de almacht van de auteur ten opzichte van het verhaal dat hij vertelt”.