Waar komt de uitdrukking iemand monddood maken vandaan en wat wordt ermee bedoeld?

Iemand monddood maken betekent 'verhinderen dat iemand zijn mening kan geven', 'voorkomen dat iemand zich kan uiten'.

Monddood is, anders dan je misschien zou denken, geen samenstelling van mond en dood. Het woord gaat terug op het Duitse mundtotjemanden mundtot machen betekent eveneens 'iemand de mond snoeren'. Mund in mundtot is voortgekomen uit het Oudhoogduitse munt, dat de betekenis 'bescherming' had. Het zit ook in het Duitse woord Vormund, dat 'voogd' betekent. Volgens het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006) zijn de Nederlandse woorden mondig en onmondig ook verwant met dit munt; het Middelnederlandse mont betekende 'macht, bevoegdheid'.

Als iemand munt-tot/mont-dood ('zonder bevoegdheid') was, wilde dat oorspronkelijk dus zeggen dat hij over bepaalde zaken niet zelf kon beslissen, maar dat bijvoorbeeld zijn voogd dat voor hem deed. Via volksetymologie werd munt vervolgens in verband gebracht met Mund ('mond'). Zo kon de uitdrukking jemanden mundtot machen ontstaan, met de betekenis 'iemand tot zwijgen brengen', 'de mond snoeren'. Ook in het Nederlands bracht men mont in verband met de mond waarmee we spreken. Iemand monddood maken werd kennelijk opgevat als 'iemands mond verlammen, zodat hij niet meer kan spreken'.