Waar komt de zegswijze met iets op de proppen komen vandaan?

 

Met iets op de proppen komen betekent 'met iets voor de dag komen', 'met iets komen aandragen' of 'tamelijk onverwachts iets (bijvoorbeeld een bezwaar) te melden hebben'.

Oorspronkelijk betekende deze zegswijze 'weer opstaan, op de been komen na het slapen of na een ziekte', aldus het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006). Het Woordenboek der Nederlandsche Taal geeft het volgende citaat: “'t Is thans drie weken dat ik een zwaaren val deed ... (...) ik denk dat ik wel haast weer op de proppen komen zal.” Prop moet volgens F.A. Stoett (Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden) en de andere spreekwoordenboeken opgevat worden als synoniem van 'steun, stut, been'.

Weer op de been komen wekt bijgedachten op aan 'je weer laten zien in de buitenwereld'; wellicht heeft de betekenis van op de proppen komen zich van daaruit ontwikkeld tot 'van je laten horen, met iets voor de dag komen'.

K. ter Laan (Nederlandse spreekwoorden, spreuken en zegswijzen) geeft enkele varianten: iemand weer op de proppen helpen ('hem weer op de been helpen'), kom er maar mee op de proppen ('kom er maar mee voor de dag') en kom maar op de proppen ('kom maar tevoorschijn').