Waar komt de verwensing krijg de rambam vandaan?
 

'Krijg de rambam' (ook wel met het lidwoord het: 'Krijg het rambam') betekent 'verrek maar', 'val dood', 'bekijk het maar'.

Je kunt rambam ook op andere manieren gebruiken, bijvoorbeeld 'Ik krijg er de rambam van' (dit betekent zoiets als 'het werkt me op de zenuwen', 'ik word er gek van') en 'Ze werkt zich de rambam' ('ze werkt zich een ongeluk').

Van Dale (2015) en het boek Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands (2002) vermelden dat rambam een verkorting is van de naam van rabbi Moshe ben Maimon (1135-1204), een geleerde die de wetenschappelijke naam Maimonides voerde. Hij was niet alleen de grootste Joodse geleerde van de Middeleeuwen, maar ook arts. Dat laatste verklaart misschien dat de/het rambam de suggestie oproept van een of andere ziekte.

Hoe de naam van deze geleerde in een verwensing is terechtgekomen, is niet duidelijk. In het Bargoens woordenboek (1974) staat: "Behalve om de klank, die gewelddadigheid suggereert, werd de naam van deze lijfarts van verschillende sultans wellicht ook aangeroepen om daarmee de ziektes waarvoor hij ingeroepen moest worden, op te roepen." Maar H. Beem schrijft in zijn boek Uit Mokum en de mediene (1974) dat Rambam en krijg de rambam niet met elkaar in verband staan. In het Jiddisch werd harber rambam aan het begin van deze eeuw gebruikt in de betekenis 'een moeilijke plaats', waarmee bedoeld werd: een moeilijk te interpreteren passage in een godsdienstig of filosofisch werk. Het is mogelijk dat krijg de rambam oorspronkelijk 'krijg een ziekte op een moeilijke plaats' betekende. Dit soort ziekte-verwensingen komen vaak voor, denk bijvoorbeeld aan 'Krijg de kanker achter je hart, dat de dokter er niet bij kan komen.'

Het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006), het Etymologisch Woordenboek van Van Dale (1997) en het Woordenboek van populaire uitdrukkingen, clichés, kreten en jargon van Marc De Coster (2002) leggen allemaal wél een direct verband met de naam van de twaalfde-eeuwse geleerde.