Waar komt de uitdrukking kat in 't bakkie vandaan?
 

 

Kat in 't bakkie wordt gezegd van een makkelijk karweitje. We gebruiken het ook wel als uitroep in de betekenis 'voor elkaar!' en 'komt in orde!'

Marc De Coster vermeldt in zijn Woordenboek van populaire uitdrukkingen, clichés, kreten en slogans (2002) dat inbrekers een geslaagde inbraak ook wel kat in 't bakkie noemden. Politiemensen zouden de uitdrukking gebruiken voor een zaak die afgehandeld is. Kat in 't bakkie werd volgens De Coster oorspronkelijk vooral in Rotterdam gebruikt.

De herkomst van deze uitdrukking is niet zeker. Kat is misschien afgeleid van het Maleise gadji ('vet'); het betekende vroeger 'loon, opbrengst' (gadji is trouwens weer afgeleid van gage, 'loon'). Kat in 't bakkie betekent dus wellicht zoiets als geld in het laatje.

Ook in de zegswijze katje beuren/vangen/halen (marinetaal voor 'het salaris opstrijken') is katje een verbastering van gadji: was de gage ontvangen, dan zat men weer 'vet' in het geld. Katjesdag werd vroeger (en wordt misschien nog) wel gebruikt in de betekenis 'betaaldag'.

In het Bargoens woordenboek van Endt en Frerichs (1974) komt kattebak voor in de betekenis 'winkel-la, geldla', al staat er wel bij dat deze betekenis van kattebak verouderd is. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) vermeldt een kattebak met molm: dieventaal voor 'een gevulde geldlade'. Molm betekent hier oorspronkelijk 'turfmolm'. Volgens het WNT is een echte kattenbak een “houten bak die met zand of met turfmolm wordt gevuld en waar de kat (in huis) haar vuiligheid op doet.”