Wat betekent je schaapjes op het droge hebben en waar komt deze uitdrukking vandaan?

Wie zijn schaapjes op het droge heeft, is ‘binnen’. Hij of zij heeft genoeg geld verdiend om rustig te kunnen leven en hoeft niet meer (hard) te werken.

De uitdrukking komt al sinds de zestiende eeuw voor. Vroeger liet men schapen vaak grazen op buitendijkse stukken land, die (alleen) bij hoge vloed onder water liepen. Als er hoge vloed was, moesten ze naar hoger gelegen of door dijken beschermde ‘droge’ gronden worden geleid. Wie er op tijd aan dacht de schapen in veiligheid te brengen, verloor geen schapen.

Iemand die waakzaam was en goed lette op het weer en de getijden, kon dus gerust zijn dat zijn schapen veilig waren. Vanuit die gedachte kreeg je schaapjes op het droge hebben de algemene betekenis ‘je zaken voor elkaar hebben en daardoor in het algemeen gerust kunnen zijn’ en vervolgens ‘genoeg geld hebben om rustig te kunnen leven’.

Volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) kon je ook je koetjes op het droge hebben. Het WNT vermeldt verder dat op het droge ook zonder schaapjes/koetjes voorkwam in de betekenis ‘genoeg geld hebben’. ‘We kwamen weer op het droge’ kon dus betekenen: ‘we kwamen er financieel weer bovenop’.