Waar komt de uitdrukking in zijn wiek geschoten zijn vandaan en wat wordt ermee bedoeld?

In zijn wiek geschoten zijn betekent 'gekwetst, gegriefd of beledigd zijn'.

Wiek betekent hier 'vleugel' (van een vogel). De uitdrukking gaat dus terug op het schieten van vogels; hun letterlijke 'geraakt worden' wordt in de zegswijze figuurlijk opgevat.

Het Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) geeft ook de variant in zijn wiek geslagen zijn. Het WNT kent aan in zijn wiek geslagen/geschoten zijn naast 'beledigd zijn' twee andere betekenissen toe: 'door moeilijkheden getroffen zijn, niet in staat zijn zich erboven te verheffen, lamgeslagen zijn' en 'radeloos, hulpeloos zijn'.

De eerste Van Dale (1872) geeft in zijne wieken geslagen of geschoten zijn met alleen de betekenis 'moedeloos zijn'. Pas in de zevende druk (1950) verschijnt de betekenis 'gekwetst, gegriefd, beledigd zijn'.

Varianten van in zijn wiek geschoten zijn: op zijn pik getrapt, op de tenen getrapt, in zijn kruis getast en in zijn kuif gepikt (deze laatste zegswijze gaat terug op hanengevechten: de vogels pikken elkaar (ook) in de verenbos op hun kop). F.A. Stoett neemt in zijn Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden de Vlaamse variant in zijn gat gebeten op. Duitsers zeggen in zo'n geval dat ze sich auf den Schlips getreten fühlen (met Schlips in een oude betekenis: een afhangend kledingstuk zoals een voorschoot of pandjesjas).