Waar komt in het geniep vandaan en wat betekent het?

In het geniep betekent 'stiekem, heimelijk'. Vaak heeft deze uitdrukking de bijbetekenis 'gluiperig, vals'. Als gezegd wordt dat iets in het geniep is gedaan, betekent dat dus niet alleen dat het heimelijk is gebeurd, maar ook dat het in de ogen van anderen een rotstreek is. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) heeft het in zijn omschrijving dan ook over “het bijdenkbeeld (...) van eene gluipsche handeling”.

Geniep bestaat uit het voorvoegsel ge- en een woorddeel dat 'duisternis' betekent; letterlijk betekende in het geniep dus 'in het duister'. Het Etymologisch woordenboek van het Nederlands legt een verband met het Oudengelse genip ('nevel, mist') en genipan ('donker worden'); het eveneens verwante Gotische ganipnan betekende 'bedroefd worden'. De verdere etymologie van geniep is echter onduidelijk.

Van geniep is het bijvoeglijk naamwoord geniepig afgeleid, dat eveneens 'stiekem, achterbaks' betekent. Ook geniepig heeft volgens het WNT “altijd (...) het bijdenkbeeld van gluipschheid of boosaardige plagerij”.