Wat betekent in de weer zijn en waar komt deze uitdrukking vandaan? 

In de weer zijn betekent ‘bezig zijn’. Bijvoorbeeld: ‘De brandweer was uren in de weer met nablussen.’

De versterkte vorm druk in de weer zijn komt ook vaak voor: ‘We zijn al sinds acht uur vanochtend druk in de weer.’ Ook dag en nacht in de weer zijn is een bekende vaste verbinding, die ‘heel hard werken, met hart en ziel ergens aan werken’ betekent.

Weer betekent hier eigenlijk ‘afweer, weerstand’, ‘verdediging’. Het is een afleiding van het werkwoord weren, dat onder meer ‘tegenhouden’, ‘afweren’ betekent. Uit deze betekenissen kwamen al in de Middeleeuwen de betekenissen ‘strijden, vechten’ en ‘je best doen, hard werken’ voort.

In zich weren zitten die betekenissen nog steeds: ‘Ze weerde zich dapper in de discussie’ (‘ze verdedigde haar standpunten met veel vuur’) en ‘Je hebt je goed geweerd vandaag!’ (‘je hebt goed je best gedaan’).

In de weer zijn (tegen iemand of iets) betekende aanvankelijk dus ‘tegen iemand of iets strijden’, ‘in een oorlog verwikkeld zijn’. Later verdween de gedachte aan een strijd naar de achtergrond en kreeg in de weer zijn de betekenissen ‘(ijverig) bezig zijn’, ‘hard werken’, ‘goed je best doen’.