Waar komt de zegswijze iemand de das omdoen vandaan?

 

De betekenis van dat deed hem/haar de das om hangt sterk af van de context. In bijvoorbeeld 'Ik probeerde nog een kwartier door te fietsen, maar uiteindelijk deden de regen en wind me de das om' betekent het iets als 'de regen en wind zorgden ervoor dat ik moest opgeven'. Dat deed hem de das om kan ook betekenen: 'dat was de oorzaak voor zijn mislukking/instorting/ziekte', 'daardoor raakte hij uitgeput/ontmoedigd', 'dat was de aanleiding voor zijn straf', 'dat leidde tot zijn ontmaskering' en zelfs 'dat leidde tot zijn dood'.

Volgens het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006) betekent das hier oorspronkelijk 'strop van een galg'. In Nederlandse spreekwoorden, spreuken en zegswijzen van K. ter Laan staat hetzelfde: “De das is hier ironisch voor de strop.”  F.A. Stoett vermeldt echter dat iemand de das omdoen uit het worstelen komt; de uitdrukking zou namelijk teruggaan op een worstelgreep waarbij de arm om de hals van de tegenstander wordt geslagen om zo diens hals dicht te kunnen knijpen (waarop de tegenstander moet opgeven). Daarna kreeg de uitdrukking figuurlijke betekenissen als 'iemand of iets de nekslag geven' en 'iemand doden'.

Taalkundige Dick Wortel publiceerde in 1996 een artikel met de titel Over de etymologie van 'das' en 'iemand de das omdoen'. Hij schrijft daarin: “Het woord strop 'strop, strik' is reeds Middelnederlands (...). De betekenis strop 'strafwerktuig', namelijk om iemand daarmee te wurgen of daaraan op te hangen, is eveneens vanaf de Middeleeuwen bekend. De vorm van de das lijkt op die van de strop van de galg. Das kan (...) dus de betekenis van 'strop' hebben. Reeds in de achttiende eeuw was das in de 'dieventaal' een woord voor strop. Dat blijkt ook uit verschillende spreekwoorden waarin op die overeenkomst wordt gezinspeeld. In het Spreekwoordenboek van Harrebomée (...) staat bijvoorbeeld: 'Ik vrees, dat mij dat zoo knijpen zal, zei Leendert, en de beul deed hem een hennepen dasje om den hals' (...).”