Waar komt het op je heupen krijgen vandaan? 

 

Het op je heupen krijgen (of hebben) kan een aantal dingen betekenen: 'ineens heel actief worden', 'ineens iets heel raars of wilds doen' en 'beginnen te mopperen of ruzie te maken'. De uitdrukking kan dus positief gebruikt worden ('ertegenaan gaan', 'plotseling geweldig op dreef zijn'), maar ook negatief ('jezelf niet in de hand hebben', 'stennis schoppen').

De herkomst van deze uitdrukking is niet duidelijk. Volgens het Etymologisch woordenboek van Van Dale (1997) kan het op je heupen krijgen een herinnering aan de Bijbel bevatten, waarin op de heupen kloppen als blijk van ontsteltenis voorkomt. In Ezechiël 21:17 staat: “Schreeuw het uit, mensenkind, en sla je op je heup, want het zwaard treft mijn volk, het verwondt Israëls vorsten, mijn volk wordt door het zwaard geveld.”

Het Woordenboek der Nederlandsche Taal vermeldt echter: “het op de (zijn enz.) heupen hebben, krijgen, een aanval hebben of krijgen van grilligheid, hetgeen zich b.v. uit in een boos of prikkelbaar humeur, in een ongewonen ijver en dergelijke. De uitdrukking is zeker ontleend aan verschijnselen bij het een of ander heuplijden (de kwellingen der heupjicht?).” Heupjicht, oftewel ischias, is erg pijnlijk. De gedachte was kennelijk dat wie pijn heeft, ineens rare dingen kan doen (een rare beweging maken? wild om zich heen slaan?) of zeer humeurig kan zijn. Zo kon de letterlijke betekenis van het op je heupen krijgen ('last krijgen van je heup') veranderen in het figuurlijke 'onverwacht iets (raars) doen, ineens humeurig zijn'.

F.A. Stoett noemt zowel de Bijbel als de heupjicht als mogelijke oorsprong van het op je heupen krijgen