Wat is juist: ik smeer hem, ik smeer ’em of ik smeer ’m? En waar komt deze uitdrukking vandaan?
 

Ik smeer ’m is het gebruikelijkst. Verkorte vormen van persoonlijke voornaamwoorden worden bij voorkeur zo kort mogelijk weergegeven: ’k, ’m, ’t. Een paar voorbeelden:

  • Daar zit ’m de kneep.
  • Zoek je Piet? Dat is ’m.
  • Ze gaf ’r een dikke kus.
  • ’k Weet ’t niet.

Wat komt ’m smeren vandaan?

De herkomst van de uitdrukking ’m smeren is niet duidelijk. Smeren betekent eigenlijk ‘met een vettige stof bestrijken’. Mogelijk kreeg het later ook de betekenis ‘ergens langs strijken’, waaruit ‘over de grond strijken’ ontstond. Dat werd dan weer toegepast op de voeten van iemand die er stilletjes vandoor wilde gaan. Een andere verklaring is dat ’m smeren oorspronkelijk ‘de voeten smeren (om stilletjes te kunnen weglopen)’ betekende. In het spreekwoordenboek van Harrebomée staat de volgende zeispreuk: ‘Hij vlugt niet, die wijkt, zei de boer, en hij smeerde zijne schoenen met hazevet.’ Dit zou je kunnen parafraseren als ‘Wie zich terugtrekt, vlucht niet, zei de boer, en hij ging er als een haas vandoor.’