Waar komt de uitdrukking goed in de slappe was zitten vandaan en wat wordt ermee bedoeld?

Goed in de slappe was zitten betekent 'veel geld hebben'.

Het oudste naslagwerk dat de zegswijze vermeldt, is Woordenschat van De Beer en Laurillard, uit 1899. Daarin worden twee verklaringen gegeven voor goed in de was zitten. De eerste is dat het gaat om een schrijnwerkersterm (schrijnwerkers maken houten meubels), waarbij de was 'boenwas' is, waarmee de meubels behandeld worden. De tweede is dat de uitdrukking verwijst naar een soldaat die ten tijde van de Belgische onafhankelijkheidsoorlog (1830-1831) zijn leren patroontas bijzonder netjes en glimmend hield met behulp van  'slappe was'. 

Stoett houdt in zijn boek Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden (1902) een wat algemenere herkomst aan; hij vermeldt dat slappe, zwarte was in het leger gebruikt wordt om leer te onderhouden. Ook het Etymologisch Woordenboek van Van Dale (1997) verwijst naar soldaten: “De uitdrukking hij zit goed in de slappe was [hij heeft veel geld] komt eig. van soldaten. Slappe was werd gebruikt voor het glimmend maken van leer. Overdrachtelijk werd de betekenis ‘er warm bij zitten’.” Hoe deze betekenis precies is ontstaan, wordt helaas niet duidelijk. Misschien moeten we denken aan het verzorgende aspect van het in de was zetten van het leer, en het verrijkende effect daarvan (het glanzen van het leer).

Elders in Woordenschat, en in het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT), staat de (inmiddels verouderde) uitdrukking in de (slappe) was zetten voor 'iets zwart maken'. Deze uitdrukking werd eind negentiende eeuw gebruikt als men het over snorren had die kunstmatig zwart werden gemaakt. Volgens het WNT kon deze uitdrukking ook 'van ruime financiële middelen voorzien' betekenen. Misschien is er een verband met  goed in de (slappe) was zitten

Slappe was treffen komt ook wel los voor, in de betekenis '(papier)geld'.