Waar komt de uitdrukking gewogen en te licht bevonden vandaan?

Gewogen en te licht bevonden is een dreigende waarschuwing. Er wordt mee bedoeld: je bent niet goed genoeg gebleken; het gaat verkeerd met je aflopen, of: je krijgt geen tweede kans meer.

De uitdrukking gaat terug op de Bijbel. In het boek Daniël (5:25) wordt verteld hoe de koning van Babylon, Belsassar, een groot feestmaal aanricht. Belsassar laat de aanwezigen drinken uit de gouden en zilveren bekers die zijn vader Nebukadnessar uit de tempel van Jeruzalem had meegenomen, iets wat als heiligschennis gold. Dan verschijnen er ineens vingers van een mensenhand, die iets op de muur schrijven. De koning noch zijn raadgevers kunnen de tekens lezen. De Joodse balling Daniël wordt ontboden om uitleg te geven. Daniël zegt: "Dit is wat er geschreven staat: Menee, menee, tekeel oefarsien. En dit is wat het betekent: menee – God heeft de dagen van uw koningschap geteld en er een einde aan gemaakt; tekeel – u bent gewogen en te licht bevonden; perees – uw koninkrijk is verdeeld en aan de Meden en de Perzen gegeven." Deze woorden worden al snel waarheid: koning Belsassar wordt diezelfde nacht gedood, en zijn rijk komt in Perzische handen.

In het Etymologisch Woordenboek van Van Dale (1997) wordt het volgende gezegd over de woorden menee, menee, tekeel oefarsien: "Zij zijn Aramees en betekenen 'een pond, een pond, een sikkel (gewicht) en halve ponden'. Wat de bedoeling is geweest, is niet duidelijk, maar Daniël heeft in zijn uitleg verband gelegd, op de klank afgaand, met Hebreeuwse woorden voor tellen, wegen en Perzen, maar ook met paras [doorbreken]."

Ook de Aramese woorden mene tekel worden figuurlijk gebruikt in de betekenis 'dreigende voorspelling'.

De uitdrukking een teken aan de wand ('een voorspelling dat er iets ernstigs of belangrijks gaat gebeuren') gaat eveneens terug op de hierboven geciteerde bijbelpassage.